Wilders, integratie & immigratie, en de Europees-Nederlandse ‘oplossingen’ daarvoor
In dit stukje wil ik een paar lijntjes over Wilders, integratie & immigratie, en de Europees-Nederlandse ‘oplossingen’ daarvoor, aan elkaar knopen. Om nog maar eens op een andere manier te benaderen wat er precies mis gaat bij de huidige rechtse politieke samenwerking tussen VVD, CDA en PVV.
Het verschijnsel Wilders kan worden begrepen als een symptoom van iets wat al bestaat, namelijk een kloof in de samenleving. Maar het is ook waar dat de persoon Wilders verder gaat waar het onbegrip in de samenleving begint — een beetje zoals een krant een onwelvallige politieke coalitie die een scheurtje vertoont, kapot zal schrijven (of: scheuren). Politici en media houden er nou eenmaal van om bestaande verdelingen uit te vergroten.
In die zin is Wilders niet alleen een symptoom, maar ook een probleem. Hij is (bij gratie van alle aandacht die hij krijgt) de Grote Verdeler. De taal die hij daarbij gebruikt is niet ‘stom’. Samen met de verdelende concepten die Wilders met zijn partij-ideoloog Martin Bosma de wereld inslingert, richten zijn woorden werkelijke schade aan — niet alleen symbolische.
Hoe idioot de verdelende concepten van Wilders zijn, en hoe schadelijk, besefte ik opnieuw na het zien van De Vreemdeling van Tegenlicht, een documentaire over Sjeik Khalid Yasin, een ‘radicaal, controversieel en zeer populaire prediker onder jonge moslims in Europa’. Vooral tegen het einde van de film tekenen de contouren van Wilders’ futiele en reactionaire wij/zij-verdeling zich af.
(Want: welke Nederlandse Joods-Christelijke traditie moeten we precies hooghouden, Geert? Maxima had natuurlijk gelijk toen ze stelde dat de Nederlander, of de Nederlandse identiteit, niet bestaat. De ‘zij’ die een oppositie (of omkering) is van een onwerkelijk ‘wij’, kan dus ook niet bestaan.)
Ondertussen denkt Europa een soort oplossing te hebben gevonden voor het immigratievraagstuk door de grenzen verder op slot te gooien, en ze te bewaken. In Nederland gaan we bezuinigen op ontwikkelingshulp. De kortzichtigheid is werkelijk schrijnend. Zoals scheidend directeur Jack van Ham van ICCO op 25 oktober in de Volkskrant zei:
‘Ontwikkelingssamenwerking wordt gezien als een ordinaire kostenpost. Ik zeg: niet bezuinigen, maar investeren. Beseffen we wel dat we steeds afhankelijker worden van ontwikkelingslanden? Milieu- en klimaatproblemen, migratie: wat op de ene plek gebeurt, heeft gevolgen voor vele andere plaatsen op deze aardkloot. En wat doen we? We gaan op een terp zitten, en denken dat we het wel met elkaar kunnen regelen.’
Een kabinet dat de agenda van Wilders gaat uitvoeren, geeft zijn idiote ideeën de schijn van redelijkheid. Ten onrechte. We staan voor gek.
Gerelateerde verhalen





De gedoogsteun is niet hetzelfde als deelname in het kabinet, en dus is het totale onzin om te suggereren dat dit kabinet alle agendapunten van Wilders zal uitvoeren. Deze gedoogsteun is een prima oplossing voor het huidige probleem. Doordat Wilders, Rutte en Verhagen een aantal raakvlakken hebben, en juist niet alleen op immigratie en integratie, kan dit land geregeerd worden zonder dat basisprincipes van de VVD en CDA ter discussie komen te staan.
Die Wildersfobie is net zo onzinnig en ridicuul als de islamofobie van Wilders. Deze discussie leidt enkel af van de belangrijke onderwerpen, waaronder de aanpak van de crisis, de toenemende kloof in inkomens, de verkwanseling van onze verzorgingsstaat, etc. De politiek is vervallen in een treurig soort symboolpolitiek, door de focus enkel te leggen op de discussies die zich bevinden op de periferie van het politieke spectrum.
Overigens geeft Nederland naar verhouding zo’n 60% meer uit aan ontwikkelingshulp als vergelijkbare West-Europese landen, dat lijkt me lichtelijk onredelijk gezien de staat van ons eigen economie. Daarbij is het bewezen is dat deze hulp nauwelijks de bevolking bereikt, gebruikt wordt voor de afbetaling van leningen in het verleden, en eigenlijk de armoede in de derde wereld stand houdt. Lees eens Globalization & It’s Discontents van J.E. Stiglitz.
Ha Jeppe, dank voor je reactie. Ik heb hem even laten inwerken en wil een paar punten aandragen. Eigenlijk lopen (door mijn stukje) in ieder geval twee discussie door elkaar: die over de Nederlandse politiek, en die over de effectiviteit in ontwikkelingssamenwerking.
Eerst de symboolpolitiek in Nederland.
In je reactie doe je alsof bij de beoordeling van dit kabinet alleen het beleid ertoe doet. Dus: als Verhagen immigranten wil weren omdat onze assielzoekerscentra vol zitten, en het mensonterend is daar nog meer mensen bij te proppen, heeft hij in termen van beleid een raakvlak met Wilders, die ook minder immigranten wil, maar dan omdat het enge moslims zijn die hier komen ‘islamiseren’.
Als je de redeneringen weghaalt kom je op hetzelfde beleid: strengere regels voor immigratie.
De (min of meer, andere discussie) legitieme redenen van VVD en CDA om dit soort beleid te voeren, is één ding.
Een heel andere kwestie is het signaal dat van dit beleid uit gaat.
Beleid en beeldvorming staan met elkaar op gespannen voet. En in onze tijd wint beeldvorming meestal. Dat is niet ideaal – een “treurig soort symboolpolitiek”, zeker –maar we hebben er wel rekening mee te houden. Doen alsof beeldvorming niet bestaat, is not gonna make it go away. (Wat de rol van de media daarbij is, is weer een andere discussie.)
Dat was voor Klink ook de voornaamste reden om uit de onderhandelingen te stappen. Daar is het mij om te doen als ik zeg: VVD en CDA voeren de agenda van Wilders uit. Je hebt gelukkig gelijk dat ze niet de hele beleidsagenda van Wilders uitvoeren. (De ‘kopvoddentaks’ komt er heus niet, en de rechtsstaat is niet zo “ernstig bedreigd” als sommige publicaties ons willen doen geloven.) Maar ze versterken wel het geluid waar Wilders voor staat.
Anders gezegd: de basisprincipes van CDA en VVD staan op papier dan wel niet op het spel, in de praktijk zeker wel. (Welk bestaansrecht heb je als christelijke partij als je je laat gedogen door – i.e. als je je verbindt met –een partij die mensen van een ander geloof discrimineert?)
Zo lang VVD en CDA de hete retorische adem van Wilders in hun nek hebben, kunnen ze het gevecht om de beeldvorming over dit soort beleid niet winnen. Het beeld zal zijn, vooral voor minderheden tegen wie Wilders propageert: ze willen ons niet. Wij zijn hier niet gewenst. Daarom noem ik Wilders de Grote Verdeler. De futiele wij/zij-verdeling die hij uitvergroot en verdiept is op zich schadelijk.
Fobie voor Wilders is dit alles niet. Ik constateer dat de man schade aanricht, en dat we die helder moeten zien. Wilders heeft niet ‘ergens wel gelijk’, een opmerking die ik vaker hoor dan me lief is.
Dat was het punt van mijn stukje. De symboolpolitiek waar ik het over heb mag je niet bevallen, het is een misverstand te doen alsof die ‘aan de periferie van het politieke spectrum’ zit. Je kunt zelfs stellen dat symboolpolitiek het hart van alle politiek is, en dat altijd al geweest is. Retoriek is net zo wezenlijk als beleid, nogmaals: of je dat nou wenselijk vindt of niet (ik vind het bijvoorbeeld niet wenselijk, maar vind het ook raar om er niet reeël over te zijn). Dit alles was voor mij de motivatie om Wilders en zijn schadelijke taal nog eens scherp weg te zetten.
Tweede punt: de geringe effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking.
De discussie daarover is een terechte. Stiglitz staat op m’n leeslijst, met nog een hele hoop andere boeken, dus daar kom ik voorlopig niet aan toe. De discussie is ook te voeren aan de kapstok van Dambisa Moyo, geportretteerd in Tegenlicht en te beluisteren in de Globaliseringslezing.
Het lijkt me in het kader van deze discussie belangrijk om ontwikkelingshulp te contrasteren met meer ideologische projecten. Daar heb ik het niet over. Ik bedoel niet: bekeren tot het consumentisme, ik bedoel niet: iedereen moet aan de Westerse democratische waarden, ik bedoel niet: nation-building a la Bush.
Ik bedoel wel: iets doen om mensen die hulp nodig hebben te helpen.
Hoe je verder ook uit deze discusie komt, twee dingen lijken me glashelder. 1: Je moet je standaard niet verlagen omdat anderen weinig geven. En 2: Als je zo rijk bent als wij (zolang de schulden virtueel zijn, zijn we gewoon rijk) of anders gezegd: als je zo welvarend bent als wij, heb je de plicht om niet alleen in woord maar ook in (financiele) daad bij te dragen aan het verbeteren van de toestand in ontwikkelingslanden.
Als de hulp niet effectief is moeten we zoeken naar nieuwe manieren waarop die wel effectief is, manieren waarmee we een verschil maken voor mensen.
Wat we niet moeten doen, is er een reden in zien te korten op hulp. In een rijk land heeft ontwikkelingssamenwerking een plaats. Die moeten we relateren aan ons gevoel van fatsoen, niet aan wat andere landen doen.
p.s. Hier kun je goed zien welke landen veel of weinig ontwikkelingssamenwerking doen
p.p.s. De goede lezer zal opvallen dat ik in de omgang met symboolpolitiek pleit voor realisme, en in de omgang met ontwikkelingssamenwerking voor moralisme (‘fatsoen’). Hoe en of dat met elkaar te verzoenen is weer een andere discussie
p.p.p.s. Weet je wat ook gek is aan de Nederlandse politiek anno nu? Rechts wordt normaal gezien als realistisch, links is voor mensen die de werkelijkheid liever door hun idealistische bril zien. Wilders wordt (extreem) rechts genoemd. Maar dat terwijl juist Wilders een idealist is. De man is op een kruistocht. Nog maar eens bewijs dat van die labels links/rechts niets klopt. Ik heb het woordje rechts in het stukje hierboven dus ook doorgestreept, het sloeg eigenlijk nergens op