Wel of geen schaliegas?

in De Groene Amsterdammer

Deze zomer verschijnt een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken naar het boren naar schaliegas. Critici vinden de inhoud bij voorbaat omstreden, want niet onafhankelijk. In Amerika is de hype al over zijn hoogtepunt.

DOOR BELIA HEILBRON, JELMER MOMMERS, THOMAS MUNTZ & HUIB DE ZEEUW
Uit: De Groene Amsterdammer, juni 2013. Beeld: Eugene Richards

‘ER IS IN DE WERELD een voorraad van 250 jaar aan schaliegas.’ In sneltreinvaart somt Joost van Roost, president-directeur van Exxon Mobil Benelux, de landen met de grootste schaliegasreserves op: ‘Amerika, China, de Pacific, Oekraïne, Polen, Frankrijk, Duitsland, Engeland en ook Nederland.’ In de statige Haagse Sociëteit De Witte, tegenover het Binnenhof, is de top van de Nederlandse gassector bijeen. Met jaloezie kijken ze naar de ontwikkelingen in de Verenigde Staten, daar is schaliegas een game changer.

Schaliegas is niets anders dan gewoon aardgas, het zit alleen op een andere plek. Waar regulier aardgas opgeslagen zit in bellen in zacht gesteente zit schaliegas in de poriën van veel dieper gelegen, keiharde leisteen, de schalielaag. Om schaliegas te winnen moet het gesteente worden ‘gefrackt’: onder hoge druk worden grote hoeveelheden water en chemicaliën in de schalielaag gepompt. Het water kraakt het gesteente in dunne scheuren, die vervolgens worden volgespoten met zand om de haarscheuren open te houden. Daarna kan het gas omhoog vloeien. Fracking wordt al tientallen jaren gebruikt om de opbrengst van bestaande gasvelden te verbeteren, ook in Nederland. Wat fracken in de schalielaag nieuw maakt is dat men tegenwoordig op grote diepte horizontaal kan boren langs boorschachten van tientallen tot honderden meters lang.

De techniek heeft in de VS aanzienlijke verschuivingen teweeggebracht in de energievoorziening. Vooral de chemische industrie profiteert. ‘Industriële renaissance dankzij schaliegas’, kopt het lijfblad van de Nederlandse chemiebranche verlekkerd. De drie keer zo lage gasprijs in de VS leidt tot miljardeninvesteringen en honderdduizenden banen in de Amerikaanse industrie. Het succes staat al bekend als de home coming van de industrie en volgens president Barack Obama in zijn State of the Union van 2012 is ‘nergens anders de belofte van innovatie groter dan in de Amerikaanse energiesector’. Door de schaliegasrevolutie gebruiken de Amerikanen veel minder kolen voor hun elektriciteits­productie. De VS zijn verlost van deze vervuilende fossiele energiebron en zien in rap tempo de co2-uitstoot dalen. Maar de ongebruikte kolen gaan met dumpprijzen richting Europa, zodat Europa juist méér kolen gaat verbruiken.

Tien jaar geleden wilde de Nederlandse industrie graag meer kolen. Ze lobbyde bij de overheid om meer kolencentrales – de elektriciteitsprijs zou daardoor dalen (zie het onderzoeksdossier ‘Land van gas en kolen’ in De Groene Amsterdammer van januari 2013). Nu de kolen er zijn, vragen dezelfde bedrijven om goedkoper gas, met dezelfde urgentie. ‘Schaliegas VS zet Nederlandse chemie 1 miljard euro op achterstand’, kop tHet Financieele Dagblad na een gesprek met branchevereniging vnci, die bang is dat de Nederlandse industrie de internationale concurrentie niet overleeft. De energie-­intensieve industrie, goed voor bijna een vijfde van de Nederlandse export, ziet de investeringen dit jaar met twintig procent afnemen. De ceo van dsm verwoordt – weer in het FD – het overheersende gevoel: ‘We moeten ons goed realiseren dat wat de VS doen en Europa nalaat, Europese economieën schade toebrengt en banen kost.’

Vandaar de alarmerende titel van het debat in de Haagse Sociëteit De Witte: ‘Gaat de gouden eeuw voor gas voorbij aan Europa?’ Niet als het aan Rob de Wijk ligt. De directeur van The Hague Centre for Strategic Studies is een graag geziene spreker op gasconferenties, omdat hij de broodnodige argumenten levert voor de winning van schaliegas. Volgens de all round geopolitiek expert is de framing van het onderwerp heel belangrijk: ‘Zoals grondstoffen niet meer alleen geframed worden in termen van duurzaamheid maar ook als geopolitieke schaarste, moet de discussie rondom schaliegas niet alleen gaan over milieu, maar om energiezekerheid.’ Dat begrijpen ze in de Verenigde Staten, aldus De Wijk. Ook Azië geldt als voorbeeld; een van de aanwezige ceo’s vertelt enthousiast over zijn bezoek aan Maleisië. ‘Je voelde daar de opwinding over gas als belangrijke brandstof. Daar gebeurt het. Niets van die sfeer in Europa’.

Terwijl in de Verenigde Staten de ene na de andere boortoren verschijnt, ligt de ontwikkeling in het grootste deel van Europa stil. Ook in Nederland wordt nog geen schaliegas gewonnen. Aan de overheid ligt dat niet, die wilde al in 2011 beginnen met proefboringen. De staat verdient geld aan de winning van gas, dus het was geen wonder dat Maxime Verhagen, toenmalig minister van Economische Zaken, enthousiast was. Hij schreef aan de Kamer dat de ‘ontwikkeling van schaliegas in Nederland een belangrijke rol kan spelen in de ambitie van het kabinet om de Nederlandse gasvoorraden ten volle te benutten’.

Dat enthousiasme werd niet gedeeld door de burgers in wier achtertuin de schaliegasboringen moesten plaatsvinden. Vooral in Brabant, waar ze de strijd tegen megastallen net achter de rug hadden, groeide het verzet tegen schaliegas snel. Nog voordat er een boor in de grond ging, zochten lokale actiegroepen en de milieubeweging de media op. Met succes. Op aandringen van het burgerinitiatief Schaliegasvrij Nederland stelde de Tweede Kamer een moratorium op proefboringen in. Het ministerie van Economische Zaken moest eerst maar aantonen dat schaliegas veilig gewonnen kan worden.

Binnenkort verschijnt een door Economische Zaken geïnitieerd onderzoek dat naar alle waarschijnlijkheid zal concluderen dat we dat in Nederland inderdaad kunnen: naar schaliegas boren terwijl de veiligheid van mens en milieu wordt gewaarborgd. Maar ook daarna zal de strijd over schaliegas voortduren, omdat de belangrijkste vragen voorlopig niet beantwoord zijn. Kunnen we ook in Europa co2-uitstoot naar beneden brengen door naar schaliegas te boren, en zou de chemische industrie dan opbloeien zoals in Amerika? Gaan we opnieuw investeren in de winning van fossiele brandstof? En zal dat de omschakeling naar duurzame energiebronnen zoals wind en zon in de weg zitten? Er staat veel op het spel: de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie, de vergroening van de energievoorziening en de energie-inkomsten van de overheid.

Lees verder op de site van De Onderzoeksredactie

© Onderzoeksgroep Energie & Klimaat De Groene Amsterdammer, mei 2013