Waag het erop

in De Gids

Mijn oma had altijd twee zinnetjes goede raad paraat. Ze waren niet Nederlands, ik denk om ze wat meer allure te geven, en ze werden vaak herhaald, ook als niemand erop zat te wachten. ‘Carpe diem’ en ‘C’est le ton qui fait la musique’. Als jongetje begreep ik in het geheel niet wat ik met deze vreemde bezweringen moest. Iets met dat je dingen op de juiste toon moest zeggen, en er elke dag wat van maken.

Bij goede raad denk ik aan opa’s en oma’s en ouders die de volgende generatie iets op het hart willen drukken. Het is een verlangen om anderen ervan te weerhouden fouten te maken, het is altijd goed bedoeld, maar werkt meestal niet, getuige het feit dat mensen fouten blijven maken. ‘Tel je zegeningen’ is goede raad, maar krijgt pas gewicht als je dat een hele tijd vergeet. ‘Denk er niet te lang over na’ is goede raad, maar wordt pas relevant als je een kans hebt gemist omdat je te lang hebt zitten piekeren.

Als goede raad niet werkt, dan komt het daardoor: vraag en aanbod sluiten niet op elkaar aan. Ik wil de wereld graag mededelen dat het verstandig is om eerst je tanden te poetsen en pas daarna je overhemd aan te trekken, maar ik vrees dat de mensen die op het punt staan hun overhemd met tandpasta te besmeuren, deze tekst niet op het juiste moment zullen lezen. Het gaat er overigens wel uit in de was.

Het is ook niet altijd duidelijk of je goede raad moet opvolgen. ‘Drink niet te veel’ is een verstandig advies, maar moet bijna altijd genegeerd worden als de nacht daarom vraagt. En een mens moet een paar keer dronken van de fiets vallen voordat hij weet wat ‘te veel’ is. Goede raad moet dus altijd opnieuw in de praktijk worden gebracht, gekoppeld aan nieuwe ervaringen, opnieuw afgewogen en gevuld van betekenis. Pas achteraf weet je welke goede raad het opvolgen waard was en welke niet.

Er is één goed advies dat zich aan deze logica onttrekt, en dat is: waag het erop. Leven is niet: goede raad volgen, maar uitgebreid experimenteren en af en toe goed de fout in gaan. Wie dat lang genoeg doet, wordt oud en wijs en krijgt een verlangen die wijsheid over te dragen. ‘C’est le ton qui fait la musique,’ zal ik ooit zeggen tegen mijn kleinkind, als die iets brutaals zegt of iets geestigs, waarop hij of zij mij met grote vragende ogen zal aankijken. Ik zal dan vriendelijk glimlachen omdat ik weet dat de boodschap met terugwerkende kracht wel aankomt.

Deze tekst verscheen op de-gids.nl en eerder in een bundel ter gelegenheid van de heronpening van Vlaams-Nederlands huis deBuren. deBuren vroeg twintig jonge schrijvers, thematermakers en journalisten uit Nederland en Vlaanderen om goede raad.