Voor iedereen een uitzondering

in De Groene Amsterdammer

Het Emissions Trading Scheme (ETS) van de Europese Unie – de handel in CO2-rechten – moest vervuilende bedrijven aanzetten tot schonere productie. Maar de duurzame investeringen blijven uit. Intussen verdient het bedrijfsleven miljarden aan het ETS. Industriële lobbies en nationale belangen hebben het allermooiste klimaatbeleid om zeep geholpen. Een reconstructie.

door Thomas Muntz, Belia Heilbron, Jelmer Mommers & Huib de Zeeuw

In de hal van de FrieslandCampina-zuivelfabriek in Leeuwarden staat een twee meter hoge vitrine gevuld met een bonte verzameling blikjes. Hier maken ze, voor ieder land onder een andere merknaam, gecondenseerde melk. Dutch Lady voor Maleisië, Foremost voor Thailand, Frisian Flag voor Indonesië en het felblauwe blikje Peak voor de Nigeriaanse markt. Het komt grotendeels uit Leeuwarden waar FrieslandCampina per jaar ruim een miljard liter melk in blikjes verwerkt.

Sinds 2005 heeft het mondiale bedrijf er een administratieve taak bij. FrieslandCampina valt namelijk onder het Emissions Trading Scheme van de Europese Unie, kortweg ets. Voor de CO2 die de verwerkingsfabriek bij haar eigen energie­productie uitstoot, krijgt Friesland­Campina van de EU een beperkt aantal ‘rechten’, die het bedrijf daarna weer moet afgeven. Eigenlijk zijn de CO2-rechten een soort vouchers. Voor iedere ton CO2 die het bedrijf uitstoot moet het een voucher inleveren bij de EU. Komt het bedrijf vouchers te kort? Dan moeten er bijgekocht worden bij andere bedrijven of op een veiling. Heeft het bedrijf vouchers over? Dan kan FrieslandCampina deze verkopen of opsparen voor het volgend boekjaar. Belangrijk: de EU geeft ieder jaar minder vouchers uit, waardoor het uitstoten van CO2 geleidelijk duurder wordt (zie kader: Hoe werkt het ETS?). Bedrijven moeten dan óf steeds meer betalen voor hun ­CO2-rechten, óf gaan investeren in duurzamere en zuinigere technologie. Wie minder CO2 uitstoot, is op termijn goedkoper uit.

Op 18 oktober krijgt FrieslandCampina bezoek van de inspecteur van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), het overheidsorgaan dat alle CO2-uitstoot in Nederland controleert. De inspecteurs nemen een kijkje bij de vijftien meter hoge ketel waarin de zuivelproducent de melk verwerkt. Al gauw trekken de NEa-inspecteurs zich terug met de energiemanagers van het bedrijf. Het echte inspectiewerk verrichten zij door de boekhouding na te pluizen. De inspecteur kijkt hoeveel CO2 het bedrijf heeft uitgestoten en of daar de juiste hoeveelheid rechten voor zijn ingeleverd. Bij overtredingen kan de NEa fikse boetes uitschrijven.

In Nederland zijn er 530 fabrieken, bedrijfsterreinen en installaties die onder het ets vallen. In Europa zijn dat er ruim twaalfduizend. Maar werkt het systeem eigenlijk? Levert het de beloofde verduurzaming op? Wij onderzochten maandenlang het Europese emissiehandels­systeem en kunnen niet anders constateren dan dat het volkomen is vastgelopen. Het ets levert nauwelijks investeringen op in duurzame technologie, wel zorgt het voor extra miljarden­winsten voor de Europese industrie.

Hoe heeft het paradepaard van het Europese klimaatbeleid zó kunnen mislukken? We spraken met tientallen betrokkenen uit de ambtenarij, politiek en industrie en daaruit komt een coherent beeld: bijna de helft van alle bedrijven heeft een uitzonderingspositie en hoeft niet voor hun ets-rechten te betalen. De internationale luchtvaart is, onder Chinese druk en met steun van de Nederlandse regering, buiten het systeem gehouden. Daarnaast hebben lid­staten veel te veel rechten voor CO2-uitstoot gratis weggegeven om de eigen industrie te vriend te houden. De economische crisis en de dalende energieproductie deden de rest. Het gevolg: de ets-markt zit met een berg van ruim 2,2 miljard emissierechten en dat terwijl de totale uitstootlimiet voor 2013 op 2,08 miljard rechten ligt. Er zijn meer rechten in omloop dan dat er mag worden uitgestoten in een jaar.

‘Ik noem ets-rechten junk, waardeloos papier.’ Hans ten Berge, gebruinde huid, wit-zilver haar, priemende ogen die achter z’n zonnebril fonkelen, is hoofd van de Europese branchevereniging voor de elektriciteitsindustrie Eurelectric. In de binnentuin van het Haagse café Dudok, recht tegenover het Binnenhof, vertelt hij over de erbarmelijke staat van het Brusselse klimaatbeleid. ‘We hebben stapels en stapels rechten op de plank liggen. Vanaf nu tot 2025 kunnen we met z’n allen lekker op het strand gaan liggen, we hoeven niets meer bij te kopen.’

Elektriciteitsproducenten moeten wel rechten kopen, maar de rechten zijn te goedkoop om een verschil te maken in hun investeringsplannen. Een grote, moderne kolencentrale stoot bijvoorbeeld jaarlijks zes miljoen ton CO2 uit, bij de huidige ets-prijs van rond de 4,50 euro per ton kost dat de energieproducent dus 27 miljoen per jaar. Een bedrag dat veel te laag is om producenten aan te zetten tot duurzame investeringen. Ten Berge: ‘Iedereen heeft een paar jaar geleden z’n buik vol zitten eten met ets-rechten. Nu zitten we dus nog steeds met dat spul.’

Lees verder bij De Onderzoeksredactie