
Eerder schreef ik dat Obama niet Bush is. Maar op het gebied van veiligheid en mensenrechten lijkt hij er wel akelig veel op.
Twitter: jhmommers | E-mail: mom@jelmermommers.nl

Eerder schreef ik dat Obama niet Bush is. Maar op het gebied van veiligheid en mensenrechten lijkt hij er wel akelig veel op.

Obama heeft de oud-presidenten George W. Bush en Bill Clinton bij elkaar geroepen om de hulpactie voor Haïti te coördineren. Foto: Het Witte Huis
George W. Bush en Bill Clinton waren vandaag op bezoek in Haïti. Daar wordt druk gewerkt aan plannen voor wederopbouw. De organisatie van een donorconferentie eind deze maand en van verkiezingen later dit jaar zijn in volle gang.
De Haïtiaanse overheid van René Préval krijg van verscheidene landen en organisaties hulp bij het maken van plannen voor de wederopbouw. Samen zetten de betrokken partijen alles op alles om het land te helpen zich te herstellen na de aardbeving van 12 januari 2010, waarbij vermoedelijk meer dan 200.000 mensen omkwamen.
President Barack Obama van de Verenigde Staten kondigde snel na de ramp een speciale gelegenheidssamenwerking van oud-presidenten Bill Clinton en George W. Bush aan. De oud-presidenten riepen het Amerikaanse volk enkele weken geleden op om geld te doneren. Vele Amerikanen gaven gehoor aan deze oproep. Het duo was vandaag op bezoek in Haïti om de Amerikaanse betrokkenheid te benadrukken en een inschatting te maken van de huidige situatie. Bill Clinton heeft het er ook druk mee. Hij is door de Verenigde Naties benoemd tot de speciale afgevaardigde van het Caribische land.

Bill Clinton spreekt op 18 januari 2010 voor een ziekenhuis in Port-au-Prince met een dokter. Clinton is namens de VN speciaal afgevaardigde voor Haïti. Foto: UN Photo / Logan Abassi
Er wordt ook hard gewerkt aan de grote donorconferentie die op 31 maart in New York plaats zal vinden. Op een voorbereidende ontmoeting eerder deze week spraken vertegenwoordigers van de Haïtiaanse overheid, de VN en donor- en hulporganisaties met elkaar. Na de ontmoeting werd een bedrag van 3,8 miljard dollar genoemd als doel voor de donorconferentie later deze maand. Dat is overigens veel minder dan de 11,5 miljard dollar die volgens de VN en de Wereldbank nodig zijn om het land te herbouwen. Read more…
Hulp is zelden alleen hulp als het van een Amerikaan komt. De formidabele reddingsactie die de Amerikanen nu in Haïti op poten zetten, komt samen met de ambitie om langdurig politiek in te grijpen in het verwoeste land. En er geld te verdienen.
Waar de Chinezen in Afrika handel drijven op basis van puur zakelijke overeenkomsten – no morale attached –, komt contact met Amerikaanse instituties bijna altijd samen met een moral sidenote. De Amerikaan vertelt de wereld vanaf zijn high horse graag wat te doen. Dat wordt steeds moeilijker en Obama doet het een stuk minder dan zijn voorganger, maar een zekere zelfverzekerdheid, een gevoel aangewezen te zijn om de wereld te leiden, is de VS begrijpelijkerwijs niet vreemd.
En er is heel wat voor te zeggen. Google is een goed voorbeeld. Het kondigde kortgeleden aan te vertrekken uit China als de censuur blijft toenemen en wendt zijn macht op die manier aan om goed te doen.
Maar deze — hier nogal dik aangezette — mindset van morele superioriteit neemt een wat scherpe, misschien zelfs schadelijke, wending als het op rampen aankomt.
Obama’s idee over oorlog is niet dat van Bush, en dat zal zijn succes als oorlogspresident ondermijnen.
Amerikaanse presidenten zijn gek op vrede. Ze hebben het er vaak over. Maar ondertussen voeren ze ook oorlog.
Obama trad vorige week in de voetsporen van zijn voorganger George W. Bush door een grote militaire aanval (‘surge’) in Afghanistan aan te kondigen. Bij die gelegenheid, en bij de acceptatiespeech van de Nobelprijs voor de vrede afgelopen woensdag, sprak Obama uitgebreid over oorlog en vrede. Op sommige punten lijkt zijn oorlogsretoriek veel op die van Bush. Op andere punten is die wezenlijk anders. Een overzicht.
Mijn bachelorscriptie voor de opleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen. Het onderzoek gaat over de ‘oorlog tegen het terrorisme’ die Bush als reactie op 11 september 2001 lanceerde. In het werkstuk onderzoek ik hoe het begrip ‘oorlog tegen het terrorisme’ is ingezet als propagandamiddel, en hoe de Volkskrant daarmee is omgegaan. Werd de nieuwe oorlogsmetafoor ingezet als natuurlijk verschijnsel, of werd er kritische afstand van genomen? Die vraag is relevant omdat een natuurlijke aanname van het idee van een ‘oorlog tegen terreur’ de randvoorwaarde is voor de uitvoer ervan. In het stuk gebruik ik – en geef ik uitleg van – theorie over framing, narrative en propaganda. Uit de conclusie (en de laatste bijlage) kunnen manieren worden opgemaakt waarop journalisten zich kunnen weren tegen beïnvloeding door slimme spindoctors, en hoe zij vertrouwen van lezers kunnen trachten te herwinnen door eerlijk te zijn over hun eigen politieke posities.
Download als PDF (rechtermuisknop: opslaan als).
***