Twitter: jhmommers | E-mail: mom@jelmermommers.nl

Haïti's toekomst

Haïtianen trekken massaal de hoofdstad uit richting het platteland, 15 januari 2010. Iedereen hoopt op het platteland een nieuwe kans te krijgen. Foto: UN Photo / Logan Abassi

Na een uitgebreide beschouwing van Haïti’s geschiedenis en de verschrikkelijke aardbeving van 12 januari, is het tijd voor wat gedachten over de toekomst van het Caribische land. Er is hoop voor Haïti. Of die hoop terecht is zal afhangen van twee zaken.

  1. Het vermogen van de arme Haïtiaanse meerderheid om zichzelf effectief te organiseren, en om op te komen voor zijn eigen belangen.
  2. Minstens even belangrijk: De bereidheid in Westerse landen om druk te zetten op groepen die onrecht in Haïti ondersteunen of gedogen. Als landen en bedrijven die Haïti uitbuiten voor hun eigen belang niet onder druk worden gezet door hun eigen bevolking en door bewuste consumenten, kunnen de Haïtianen nog zo hard hun best doen, maar zullen ze telkens tegen een muur van onrecht aanlopen. Een muur die is gebouwd op Westerse ‘goede bedoelingen’, hebberige bedrijven en passieve burgers.

Dit gaat over ons allemaal. Als we een moer geven om Haïti, wat zoveel van ons veinsden vlak na de ramp, moeten we die zorg omzetten in concrete politieke verzoeknummers. Bijvoorbeeld:

Het lijkt allemaal zo simpel, en zo naïef. Of het dat is, hangt van ons allemaal af. Wij beslissen iedere dag opnieuw of we in een wereld leven waarin opstaan tegen onrecht wordt gezien als naïef idealisme.

  • Hieronder enkele gedachten over de toekomst van Haïti.

Het presidentiële paleis raakte zwaar beschadigd tijdens de aardbeving. Foto: UNDP Global / Logan Abassi

De staat

De overheid van Haiti was al zwak, maar is zwakker geworden door de ramp. René Préval gaat door voor een redelijk populaire leider, maar tegelijkertijd keren grote delen van de bevolking zich af van de centrale overheid. Er gaan stemmen op voor decentraal bestuur met een nadruk op zelfvoorziening op regionaal niveau. Préval heeft ingezet op een revitalisatie van de landbouwsector. Als dat lukt, en de overheid weet daarin een rol te spelen, zou dat goed zijn voor het vertrouwen in de staat.

De wederopbouw

Wiens wederopbouw? Read more…

Haïti voor de ramp, deel 8: Een onwelkome interpretatie

Hallward, Chomsky & Zizek

Peter Hallward, Noam Chomsky, Slavoj Zizek. © Foto Zizek: Andy Miah

Ik heb in 7 delen de geschiedenis van Haïti proberen samen te vatten. Het was een nogal brave vertelling. Sommige dingen bleven onduidelijk. Met name één vraag bleef aan me knagen. In het werk van Peter Hallward, Noam Chomsky en Slavoj Zizek vind ik een antwoord op die vraag. Haïti voor de ramp, deel 8: Een onwelkome interpretatie.

De aanleiding

In de documentaire waarmee deze week begon, zei adviseur Patrick Elie van president Préval van Haïti:

“For decades, all has been done to weaken the Haitian state, and now everybody is screaming bloody murder, [because] the Haitian state is too weak to handle this [post-earthquake] situation.”

All has been done to weaken the state. Wat bedoelt hij daar? Deze vraag stuurt in de richting van het waarom. Ja, Haïti is staararm, corrupt, zwak.

Maar waarom?

Om te beginnen geeft de documentairemaker Avi Lewis daarop een kort maar krachtig antwoord:

“The state in Haiti used to include major public companies—rice, flour, electricity, telephones. Today, after decades of privatization and pressure from the US and international financial institutions, control of those businesses has moved offshore. Haiti is dependent on expensive imports for food and other essentials. Facing a reconstruction project of epic proportions, the country is poorly positioned to build its own future.”

Dat is een begin van het waarom. Privatisering onder druk van buiten.

What else?

Hoogleraar Filosofie Peter Hallward van de Middlesex University weet meer. Read more…

Haïti voor de ramp, deel 4: instabiel en corrupt

Dit artikel hoort bij een korte serie over het Haïti van voor de aardbeving van 12 januari 2010. Deel 4: instabiel en corrupt.
Vlag van Haïti
Ook na de Amerikaanse interventie bleef het een zooitje in Haïti. Tussen 1934 en 1957 volgden zwakke, corrupte en inefficiënte regimes elkaar op. In 1957 kwam de arts Fracois Duvalier, ookwel Papa Doc genaamd, aan de macht. Onder zijn regime, dat steunde op een mengsel van geweld, persoonlijke cult en voodoo-praktijken, werd het land alleen maar zwakker. Uit angst voor de onderdrukking of moord volgde een brain drain.

Toen Francois Duvalier in 1971 overleed, volgde zijn zoon Jean-Claude Duvalier (Baby Doc) hem op. De weerstand tegen zijn regime groeide tot hij in 1986 onder druk en met hulp van de Amerikanen het land verliet. In de 29 jaar dat de Duvaliers aan de macht waren werden tienduizenden Haïtianen vermoord.

Jean-Bertrand Aristide

Tussen 1986 en 1990 volgden militaire staatsgrepen elkaar op. In 1990 werden verkiezingen gehouden, waarbij Jean-Bertrand Aristide als winnaar uit de bus kwam. Men hoopte dat hij de toestand in het land kon verbeteren, maar Aristide werd korte tijd later uit het zadel gewipt door een militaire junta. Deze junta verdedigde de belangen van de rijke Haïtiaanse elite die niet bereid was haar macht op te geven voor de populaire leider Aristide.

Met economische sancties en militair ingrijpen lukte het de VS (met steun van de VN) om de democratisch verkozen Aristide in 1994 weer aan de macht te helpen, maar ook onder zijn macht hielden de corruptie en repressie in het land aan. Aristide zou zelfs betrokken zijn bij de grootschalige Haïtiaanse drugshandel. In 2000 werd hij in omstreden verkiezingen herkozen met 92% van de stemmen.

Aristide was – en is volgens sommigen – enorm populair. Hij wist de ontevredenheid van een grote groep van de samenleving goed te verwoorden. In 2003 gebruikte hij de geschiedenis tegen Frankrijk.  Aristide vraagt dan namelijk het geld terug dat Frankrijk zijn land afhandig heeft gemaakt. Hij krijgt nul op zijn rekest.

Mede naar aanleiding van deze brutale actie en de daaropvolgende politieke inmenging van Frankrijk, breekt in februari 2004 een bloedige opstand uit tegen Aristide.  De president moet onder druk van de VS en Frankrijk in 2004 het land verlaten. Aristide beschuldigt de VS ervan een staatsgreep tegen hem te hebben gepleegd. Hij zou niet gered zijn, zoals de Amerikanen claimen, maar ontvoerd. De VS ontkennen dat. Meer over deze controverse: 1 2 3 4 5 6.

Aanhoudende problemen

In maart 2004 trekt  de VS voor de derde keer in haar geschiedenis met troepen naar Haïti. Er wordt een intererimregering in het leven geroepen, die  verkiezingen voorbereidt. In 2006 wordt René Préval met 51.5% van de stemmen tot president gekozen. De uitslag wordt zoals gebruikelijk betwist, waardoor de nieuwe regering vanaf het begin legitimiteitsproblemen heeft. Préval was trouwens geen nieuwkomer, hij was eerder minister onder Aristide. Hij wordt door een deel van de bevolking gezien als diens tweelingbroer.

In 2004 nemen de Verenigde Naties de leiding in Haïti over van de VS, in de vredesmissie MINUSTAH. Deze missie is nog altijd bezig, maar de resultaten laten te wensen over.

De mensenrechtensituatie is erbarmelijk, de scheiding tussen arm en rijk enorm, de infrastructuur slecht. Haïti is een van de corruptste landen ter wereld en het is bovendien straatarm. Daarover later meer.

Dit artikel is gebaseerd op Wikipedia, de BBC en een interview met Peter Hallward, die een bijzonder kritisch boek schreef waarin hij de Amerikaanse inmenging in Haïti scherp veroordeelt. Ook daarover later meer.