PORT-AU-PRINCE – Het is bijna een half jaar geleden dat een verwoestende aardbeving Haïti trof, het leven van minstens 230.000 mensen eiste, en naar schatting anderhalf miljoen Haïtianen ontheemde. De laatste van de Amerikaanse militairen die te hulp waren gestuurd, gaan vandaag naar huis. Maar hoe staat het land er nu voor?
“De situatie in Haïti is nog min of meer hetzelfde als een tijdje geleden”, zegt Martin de Beer van Unicef in een telefonisch interview vanuit zijn kantoor in Nederland. De hulporganisaties zitten nog steeds in de fase van noodhulp: “We zijn mensen nog steeds aan voeding, water en medische voorzieningen aan het helpen.”
“Overal ligt puin”
Dat de fase van noodhulp nog steeds niet voorbij is, komt door de omvang van de ramp. Er ligt nog overal puin en zolang dat niet is opgeruimd, kan er niet gebouwd worden. Het feit dat de overheid zwaar is getroffen door de aardbeving verslechtert de vooruitzichten. “De minister van financiën slaapt in zijn auto, omdat hij niks meer heeft. De ministeries zijn ingestort.” Een overheid die dusdanig verlamd is, kan haar bevolking niet effectief bijstaan.
Orkaanseizoen
De ontheemde Haïtianen wonen in schamele tentjes in grote kampen. De grootste zorg daar is op dit moment het aanstaande orkaanseizoen. “We kunnen niet alle mensen die nu in tentjes leven al onderdak hebben gegeven op het moment dat het orkaanseizoen losbarst”, zegt de Beer. “Simpelweg omdat er nog heel veel puin ligt en je niet kunt bouwen op puin.”
Het belangrijkste nu is dan ook te zorgen dat er voldoende voedsel is en voorbereidingen te treffen voor wanneer de stormen komen. “Dat doen we door te zorgen dat er genoeg medicijnen zijn zodat er geen ziektes uitbreken.” In het onderstaande fragment legt De Beer uit hoe Unicef ook tijdens de noodhulp kinderen probeert te beschermen:
Martin de Beer (Unicef) over noodhulp en onderwijs
Hoopvolle en minder hoopvolle berichten
Uit Haïti komen verder gemengde signalen. De Wereldbank maakte afgelopen vrijdag bekend Haïti’s schulden kwijt te schelden. Het gaat om een bedrag van 36 miljoen dollar. Dertien landen, waaronder Nederland, hebben een bijdrage geleverd om dit mogelijk te maken. Door de kwijtschelding komt er geld vrij voor de wederopbouw, geld dat de overheid van het straatarme Carribische land goed kan gebruiken.
Maar die overheid mist ook nog steeds haar broodnodige legitimiteit. Er zijn dagelijks protesten in Port-au-Prince, waar duizend tot enkele duizenden Haïtianen de zittende president René Préval oproepen af te treden. Zij willen – nog altijd – hun verbannen leider Jean-Bertrand Aristide terug.
Macht
De demonstranten zijn bang dat Préval de chaos in het land aangrijpt om aan de macht te blijven als zijn termijn afloopt. Die macht stelt in de praktijk overigens weinig voor, omdat Haïti bij gebrek aan een functionerend parlement op dit moment vooral bestuurd wordt door een commissie onder leiding van premier Jean-Max Bellerive en voormalig Amerikaans president Bill Clinton.
Voor de Haïtianen is op korte termijn vooral te hopen dat het orkaanseizoen ondanks de voorspellingen meevalt. Want zoals de vice-president van de International Crisis Group tegen persbureau AP zei: “Er is geen enkele twijfel dat tienduizenden mensen in erbarmelijke omstandigheden terecht komen als de regen begint te vallen.”
Bronnen foto’s: UN Photo / Marco Domingo en Ben Piven / Flickr
Gerelateerde verhalen






