- Het Chinese ‘nee’ aan het adres van Coca-Cola en de suggestie dat Obama voor het concern zal onderhandelen, is een goed voorbeeld van hoe de grens tussen de politiek en het bedrijfsleven in de VS is verwaterd.
- Democratie wordt ondermijnd door asymmetrie in vertegenwoordiging burger en wannabe-burger.
China heeft Coca-Cola vorige week verhinderd zijn aandeel in de Chinese sapjesmarkt flink op te schroeven door het Amerikaanse concern te verbieden frisdrankgigant Huiyuan over te nemen.
Het Chinese nee is onderbouwd met een nieuwe antimonopoliewet, die moet vermijden dat het aandeel van een (buitenlands) bedrijf op de binnenlandse markt te groot wordt. Het nee van de Chinezen lijkt paradoxaal in een tijd waarin juist zij Europa en de VS oproepen geen protectionistische maatregelen te nemen. Practice what you preach gaat voor Peking niet op, blijkt.
De Volkskrant bespreekt het voorval ook en geeft een alternatieve interpretatie:
“Sommige analisten denken dat het ‘nee’ van Peking bedoeld is als wisselgeld in verdere onderhandelingskwesties met de nieuwe regering in Washington. De presidenten Obama en Hu ontmoeten elkaar volgende maand op de G20-top.”
Het nee van de Chinezen kan dus ook politiek gemotiveerd zijn. Dat is interessant. Het gaat hier om een private Amerikaanse onderneming die zijn aandeel in de Chinese markt verder wil uitbreiden. De Amerikaanse overheid zou zich – in de redenering van de analisten – in onderhandelingen geïnteresseerd tonen om voor de belangen van Coca-Cola, de private speler, te vechten. Of de redenering klopt is moeilijk te achterhalen (wij zijn niet bij de onderhandelingen), maar dat het idee bij mensen opkomt is tekenend.
Als we het zo bekijken is de Chinese actie een treffend voorbeeld van de vermenging van de overheid en het bedrijfsleven. Dat die vermenging in China nagenoeg compleet is staat buiten kijf. Maar ook in Washington hebben lobby’s een veel te grote vinger in de pap.
De democratische macht en de macht van het kapitaal (waar het de gemiddelde onderneming om te doen is) mengen zich op deze manier. Dat is uiterst schadelijk. Waar ondernemingen in de VS hun maatschappelijke verantwoordelijkheid uitleggen, doen zij dat vaak in termen van Good Corporate Citizenship. Dat is tekenend voor hoe ondernemingen in de VS hun rol interpreteren. De corporation wil het liefst een burger zijn, compleet met een menselijk gezicht en ‘persoonlijke’ belangen die het bij de overheid wil vertegenwoordigen. Probleem: de corporation is geen burger en diens belangen zijn niet menselijk maar economisch.
Waarom moet worden vermeden dat het bedrijfsleven probeert invloed uit te oefenen als ‘burger’? Asymmetrie. De gemiddelde burger kan zijn belangen nooit op zo’n manier verdedigen als een onderneming met veel geld dat kan. De burger kan door vrije associatie belangen verdedigen, en politieke partijen zijn daar het resultaat van. Maar waar men één kunstmatige burger (belichaamd in de corporation) met een onevenredig grote hoeveelheid middelen tot representatie en beïnvloeding (geld en lobby) de kans geeft zijn macht uit te oefenen, wordt de democratie altijd ondermijnd.
Het is dus te hopen dat Obama zich niet laat verleiden om in gesprek met China de belangen van Coca-Cola te behartigen. Obama liet zich er in zijn verkiezingscampagne op voorstaan dat hij niets moest hebben van corporate sponsorship: hij zou al het geld direct van burgers vandaan halen. Dat is hem aardig gelukt. Maar toch waren ook de bijdragen aan Obama’s campagne (gerangschikt naar industrie van de donoren) voor een aanzienlijk deel afkomstig van advocatenkantoren (inclusief lobbyisten), financiële instellingen en andere ondernemingen. Daarnaar kijkend zou het me verbazen als Obama zich een strikte democraat toont en Coca-Cola thuislaat.
Kijk hier voor meer informatie over de herkomst van Obama’s campagnegeld.
Gerelateerde verhalen




