Obama’s idee over oorlog is niet dat van Bush, en dat zal zijn succes als oorlogspresident ondermijnen.
Amerikaanse presidenten zijn gek op vrede. Ze hebben het er vaak over. Maar ondertussen voeren ze ook oorlog.
Obama trad vorige week in de voetsporen van zijn voorganger George W. Bush door een grote militaire aanval (‘surge’) in Afghanistan aan te kondigen. Bij die gelegenheid, en bij de acceptatiespeech van de Nobelprijs voor de vrede afgelopen woensdag, sprak Obama uitgebreid over oorlog en vrede. Op sommige punten lijkt zijn oorlogsretoriek veel op die van Bush. Op andere punten is die wezenlijk anders. Een overzicht.
De overeenkomsten
1)Het kwaad en het gevaar
“Het kwaad” bestaat, en de veiligheid van Amerikaanse burgers is in het geding. Bush’ oorlogsretoriek was gebaseerd op die eenvoudige maar angstaanjagende constatering, 11 september was zijn bewijs. Obama gebruikt nu dezelfde termen, zegt: “Vergis je niet, er is kwaad in de wereld.” Ook Obama beroept zich op 11 september om de oorlog in Afghanistan te rechtvaardigen. Er dreigt nog steeds gevaar voor Amerikanen vanuit Afghanistan en Pakistan, zegt hij.
2) Amerika’s morele gelijk
Amerika is anders dan andere landen. Bush gebruikte veel tegenpolen om zijn oorlogen uit te leggen, had het vaak over “goed tegen kwaad,” “beschaving tegen barbarisme” en “vrijheid tegen tirannie.” Ook Obama benadrukt Amerika’s morele superioriteit, en stelt dat het de Amerikaanse waarden van vrijheid en democratie zijn, die het land haar status geven.
3) Oorlog onder de noemer van vrede
De ironie wil dat beide presidenten het steeds, net als hun voorgangers, hebben over vrede, als ze een oorlog (op)voeren. Obama zei het in Oslo zo: “We kunnen eerlijk toegeven dat er oorlog zal zijn, en toch streven naar vrede.” Als voorbeeld noemde hij de omverwerping van Hitlers Derde Rijk. Obama’s koele realisme overstijgt zijn idealisme, vrede moet soms wijken voor oorlog.
De verschillen
1)Kosten en een einddatum
Bush deed alsof de oorlog gratis was. Hij telde de enorme kosten van de oorlogen die hij begon niet mee met de gebruikelijke begroting, en zei er tijdens zijn speeches zelden iets over. Obama is meer open over de kosten van de oorlogen, en geeft aan dat die niet genegeerd kunnen worden. Waar Bush oorlogen met een schijnbaar open einde voerde, geeft Obama bovendien duidelijk einddata aan.
2)Amerika’s plaats in de wereld
Bush had meer moeite dan Obama om te erkennen dat er grenzen zijn aan de Amerikaanse macht. Bij zijn inval in Irak trad hij vrijwel eenzijdig op. Obama beseft dat Amerika zijn macht in de toekomst zal moeten delen met andere supermachten, in een multipolaire wereld. Hij herdefinieert stapje voor stapje Amerika’s plaats in de wereld, doet dat op een progressieve manier.
3)Hoop in plaats van angst, rede in plaats van emotie
Bush’ oorlogsretoriek was doortrokken van angst. Angst voor nieuwe aanvallen, angst voor “de barbaren.” Obama doet gedeeltelijk hetzelfde, maar benoemt op cruciale momenten een andere basisemotie om de oorlog in Afghanistan te voeren. Hoop. En daar wringt de schoen. Want oorlog kun je niet voeren op basis van hoop en een goede redenering. Oorlog moet je voeren op basis van angst en drama. Maar daar is Obama te sober voor, te eerlijk en te slim. Een domme president zou in dit geval overtuigender zijn.
Het zijn de gegronde maar ingewikkelde redeneringen die Obama zijn toehoorders voorhoudt die maken dat zijn oorlogsretoriek de plank mis slaat. Bush vertelde grote verhalen. Obama houdt een complex betoog. Hij is niet boos, durft de tijd te nemen om te twijfelen. Dat maakt hem minder geschikt als opperbevelhebber. Zijn vijanden zullen hem daarop afrekenen.
Gerelateerde verhalen
terug naar top van de pagina




