Dit is het laatste bericht van linksrechtsweek
***
“Before you decide that all these debates about terms are simply pointless, think about how many political assumptions are packed into them.”
Susan Neiman
***
Als ik vroeger op pianoles kwam, oefenden we nieuwe stukken vaak eerst met de ene hand en dan met de andere. Pianolerares Ans zei dan bijvoorbeeld: “Eerst met links. Langzaam.” Soms vergiste ik me en reikte ik op haar linksverzoek juist met rechts naar de toetsen. Ze corrigeerde dan: “Andere links Jelmer.”
Ik lachen.
Op pianoles maakte een beetje spraakverwarring niet uit. Ans zat vlak naast me en corrigeerde me direct. Happy end.
Spraakverwarring op wereldformaat is een hardnekkiger probleem. We hebben te maken met een wereld die we al pratend en schrijvend indelen, en daarvoor gebruiken we woorden. Maar wat er achter de woorden zit, wat we ons bij ze voorstellen, verschilt, verandert, kan zelfs bedriegen.
***
Ongeveer een maand geleden las ik in de Groene Amsterdammer een razend interssant stuk van Susan Neiman. Haar stelling: rechts heeft de moraal gekaapt van links. Met dat in mijn achterhoofd begon ik deze linksrechtsweek. Nu kom ik bij haar terug.
Neiman gaf op 4 december 2009 de Marchantlezing bij het D66 Kenniscentrum. Ik kan iedereen aanraden haar hele voordracht te lezen, want haar betoog is razend interessant. Het boek waarop de lezing gebaseerd is, Moral Clarity, A Guide for Grown Up Idealists, staat natuurlijk op de leeslijst. Wie lid is van de Groene kan hier een samenvatting van de Marchantlezing vinden.
Ik ben vlammend met Neiman eens dat de taal die we gebruiken om onze visie te beschrijven, en anderen daarvan te overtuigen, belachelijk belangrijk is. Het is de reden dat ik deze week begonnen ben met de vraag: wat betekenen die woorden links en rechts?
Ik concludeerde eerder dat de termen alleen als stereotypen overeind blijven, dat ze te vaak misbruikt en veranderd zijn om iets duidelijk te maken over onze politieke werkelijkheid.
Neiman vindt de term ‘links’ wel degelijk bruikbaar:
When I wrote the first edition of the book I’ll be drawing on, I was reluctant to let go of the word LEFT; however outdated it may seem as a way of describing our current political predicaments, it does describe a commitment to universalism – to what one legal scholar called a “presumption of innocence, a generosity of spirit which sees the best, not the worst, in every stranger”. It also expresses impatience at the way the world is, and a commitment to bringing the world closer to what it could be.
Maar het woord ‘links’ schiet uiteindelijk tekort:
First of all, LEFT means something completely different in London and Vienna, different again in Chicago and Shanghai. Secondly, it carries more baggage, and raises more problems, than anyone who wants to be politically active needs to put up with. And thirdly, the very word itself is an accident – based on the seating arrangements at the French parliament in 1789.
PROGRESSIVE, by contrast, suggests a philosophical view: that the world as it is can be moved closer to what it should be through the actions of men and women working together. To be sure, it is often used by those who are simply too timid to use the word LEFT; even worse, as I’ll discuss, it is often used by people whose positions seem to deny the possibility of progress at all. But I think the chances for putting power behind the word PROGRESSIVE are better than the chances of recycling terms like RIGHT and LEFT – especially since both contain elements of views most of us want to embrace.
Hoewel Neiman de problemen van de woorden ‘links’ en ‘rechts’ dus onderkent, blijft ze ze wel gebruiken in haar betoog. Soms lijkt het alsof ze rechts gelijkschakelt aan conservatief, en links aan progressief, maar dat is wellicht te verklaren vanuit het Amerikaanse politieke perspectief. Ze toont zich wel continu bewust van de problemen van politieke labels.
Ik ga hier het briljante betoog van Neiman niet verder overschrijven, wie het interssant lijkt, leest het hier, of in haar boek.
Om linksrechtsweek te sluiten, kan ik in ieder geval het volgende concluderen. Het feit dat gesprekken met de woorden ‘links’ en ‘rechts’ erin vaak leeg zijn, betekent niet dat die woorden niets betekenen. Ze betekenen juist heel veel, maar ze behoren niet tot de heldere taal, ze missen een ondubbelzinnige toepassing. Dat maakt ze lastig, dat maakt politiek lastig, en in bredere zin maakt dat werkelijk wederzijds begrip praktisch ondenkbaar.
***
Afzondering is niet de oplossing. Wie zich door een groots idee gerechtvaardigd ziet zich terug te trekken in morele superioriteit, heeft het niet begrepen. Alles wat radicaal is, is ongezond. Een visie kan niet compleet zijn als uitsluiting van tegenstrijdige ideeën nodig is om haar in stand te houden. Daarom moet het debat altijd worden opgezocht. En daarom had Jonathan Haidt gelijk toen hij eerder deze week betoogde dat begrip van de politiek gestoeld moet zijn op complementariteit. Links en rechts, conservatief en progrssief, groen en rood en grijs: iedereen heeft elkaar nodig — balans is bot. Overheersing leidt altijd tot shit, kijk maar naar de brokken die het liberale kapitalisme maakt.
DO NOT RESIGN
Dat betekent niet dat een individu geen positie in kan nemen. Ik heb me eerder als progressief opgesteld, maar daarmee wil ik me niet opsluiten in een hokje. Een progressieve instelling in het algemeen sluit niet uit dat je conservatief kunt zijn op andere punten, op het gebied van privacy, bijvoorbeeld.
Wel zie ik me door Neiman gesteund progressivisme als tegenhanger te zien van realisme, en daarmee sluit ik linksrechtsweek:
“Consider what you mean when you tell someone: be realistic. It’s another way to say: lower your expectations. It’s also connected with a view of maturity that holds growing up to be a process of becoming resigned.”
***
Met dit bericht is linksrechtsweek gesloten. De discussie blijft open.
Gerelateerde verhalen
terug naar top van de pagina





