
Haïtianen trekken massaal de hoofdstad uit richting het platteland, 15 januari 2010. Iedereen hoopt op het platteland een nieuwe kans te krijgen. Foto: UN Photo / Logan Abassi
Na een uitgebreide beschouwing van Haïti’s geschiedenis en de verschrikkelijke aardbeving van 12 januari, is het tijd voor wat gedachten over de toekomst van het Caribische land. Er is hoop voor Haïti. Of die hoop terecht is zal afhangen van twee zaken.
- Het vermogen van de arme Haïtiaanse meerderheid om zichzelf effectief te organiseren, en om op te komen voor zijn eigen belangen.
- Minstens even belangrijk: De bereidheid in Westerse landen om druk te zetten op groepen die onrecht in Haïti ondersteunen of gedogen. Als landen en bedrijven die Haïti uitbuiten voor hun eigen belang niet onder druk worden gezet door hun eigen bevolking en door bewuste consumenten, kunnen de Haïtianen nog zo hard hun best doen, maar zullen ze telkens tegen een muur van onrecht aanlopen. Een muur die is gebouwd op Westerse ‘goede bedoelingen’, hebberige bedrijven en passieve burgers.
Dit gaat over ons allemaal. Als we een moer geven om Haïti, wat zoveel van ons veinsden vlak na de ramp, moeten we die zorg omzetten in concrete politieke verzoeknummers. Bijvoorbeeld:
- Aan het IMF: Stel geen beperkende voorwaarden aan leningen.
- Aan Frankrijk: Geef Haïti haar geld terug.
- Aan aannemers uit de VS: offer kwaliteit van nieuwbouw in Port-au-Prince niet op voor winst: geen goedkoop beton.
- Aan de VS: Geef Haïti een kans om haar toekomst op haar eigen voorwaarden te vormen, niet volgens een plan dat in Washington is geschreven.
- Aan bedrijven uit de VS: Dwing Haïtiaanse fabrieksarbeiders niet tot overuren in erbarmelijke omstandigheden. Stop druk uit te oefenen om de minimumlonen laag te houden.
Het lijkt allemaal zo simpel, en zo naïef. Of het dat is, hangt van ons allemaal af. Wij beslissen iedere dag opnieuw of we in een wereld leven waarin opstaan tegen onrecht wordt gezien als naïef idealisme.
- Hieronder enkele gedachten over de toekomst van Haïti.

Het presidentiële paleis raakte zwaar beschadigd tijdens de aardbeving. Foto: UNDP Global / Logan Abassi
De staat
De overheid van Haiti was al zwak, maar is zwakker geworden door de ramp. René Préval gaat door voor een redelijk populaire leider, maar tegelijkertijd keren grote delen van de bevolking zich af van de centrale overheid. Er gaan stemmen op voor decentraal bestuur met een nadruk op zelfvoorziening op regionaal niveau. Préval heeft ingezet op een revitalisatie van de landbouwsector. Als dat lukt, en de overheid weet daarin een rol te spelen, zou dat goed zijn voor het vertrouwen in de staat.
De wederopbouw
Wiens wederopbouw? In een fragment in dit programma vertelde een verslaggever vanuit Port-au-Prince dat “de gieren geland zijn” in Haïti. Hij bedoelt Amerikaanse aannemers die rondrijden door de stad, op zoek naar een plek om zich te vestigen. Zij zijn er natuurlijk op uit een slaatje te slaan uit de wederopbouw. Daar is veel maar niet eens alles mis mee, als ze het maar goed doen. Wie de kwaliteit van de nieuwbouw opoffert om meer geld te verdienen, tekent voor dezelfde ramp als nu, over enkele of tientallen jaren. Als Port-au-Prince niet degelijk wordt herbouwd, herhaalt de ramp van 12 januari zich ergens in de toekomst.

Een man probeert een brand in de straten van Port-au-Prince te blussen, 29 januari 2010. Sinds de aardbeving zijn er veel branden geweest in de hoofdstad. Foto: UN Photo / Marco Dormino
De financiën
De overheidsfinanciën zijn er belabberd aan toe. Haïti was al blut, maar moet nu ineens de wederopbouw van Port-au-Prince en andere getroffen gebieden bekostigen. Geld daarvoor zal van buiten Haïti komen. Er wordt gesproken over een bedrag van 3,8 miljard dollar als uitkomst van een donorconferentie later deze maand. Volgens schattingen van de VN en de wereldbank is dat niet genoeg om de wederopbouw te bekostigen, maar het is in ieder geval een begin.
Frankrijk zou diep in de buidel moeten tasten om Haïti te compenseren voor het flagrante onrecht dat ze het land hebben aangedaan. Zonder overweldigende druk op de Franse regering zal dat niet gebeuren.
De economie
De vraag die we over de economie moeten stellen is: wat voor economie? Moet Haïti een export economie worden, waar de nadruk ligt op productie van goederen die buurman Amerika kan consumeren, of moet het zich richten op zelfvoorziening? Landbouwkundige Stenio Louis-Jeune kiest net als de huidige president Préval voor het laatste:
“Because Haiti is a rural country, it’s essentially agricultural. We have six months of rain a year with which we can perform miracles. And also we have water which is being wasted. We have land lying vacant, and we have farm labor. If we exploited all of that, Haiti would be among the wealthiest countries in the world.”
Uiteraard wil deze nadruk op zelfvoorziening door landbouw niet zeggen dat alle (textiel-)fabrieken gaan sluiten. Die sector heeft een blijvende plaats in de Haïtiaanse economie weten te veroveren. Toch zou een eenzijdige nadruk op die tak niet goed zijn voor Haïti, want als het goedkope producten blijft exporteren en duur voedsel blijft importeren, komt het land nooit uit de rode cijfers.
Er zijn behalve landbouw die zich richt op het duurzaam produceren van voedsel voor de eigen bevolking ook kansen in onverwachte hoek, namelijk de energiemarkt. Onder de noemer “Island in the sun” schreef The Economist onlangs een stuk over de kansen van zonne-energie.
Haïti en de VS
De vraag is of de VS het zou accepteren als Haïti zich in de eerste plaats op zichzelf richt, en niet op goedkope export. Bedrijven uit de Amerikaanse textielindustrie hebben zich en masse gevestigd in Haïti om er te profiteren van de lage lonen. Als Haïti weer zijn eigen voedsel gaat produceren zal het land minder importeren vanuit de VS. Of Uncle Sam daarmee kan leven is nog onduidelijk, maar laat zich goed voorspellen.
Wie heeft meegelezen met de geschiedenis van Haïti weet bovendien dat die (ook) door herhaaldelijk Amerikaans ingrijpen rampzalig is beïnvloed. Het is afwachten of bepalende elites binnen de VS, die sterke banden hebben met de rijke elite in Haïti, de overhand houden. Zo ja, dan is dat slecht nieuws voor de Haïtiaanse bevolking, want dan blijft de inmenging in hun binnenlandse politieke aangelegenheden onverminderd aanhouden.

Boliviaanse VN-soldaten bewaren de orde bij een distributiepunt voor voedsel en water in Cité Soleil. Foto: UN Photo / Marco Dormino
Militairen en democratie
De nadruk op ordehandhaving door militairen moet niet te ver doorschieten. Het is zeker waar dat er in de sloppenwijken ernstige misdaad is, en daartegen is alle ingrijpen welkom. Maar een buitenlandse militaire aanwezigheid mag nooit een blokkade zijn op democratische zelforganisatie. In het verleden is de vredesmacht van de VN die verdovende werking wel toegeschreven. Spontane populaire organisatie moet in Haïti juist vrij baan krijgen, zodat de arme meerderheid zich kan wapenen tegen de tirannie van de rijke minderheden uit binnen- en buitenland.
Het is de hopen dat Fanmi Lavalas, de populaire partij van de verbannen leider Jean-Bertrand Aristide, zichzelf opnieuw uit weet te vinden. Als deze volkspartij echt zo breed geworteld is als sommige experts ons willen doen geloven, moet er uit die partij een nieuwe leider opstaan die uit de schaduw van Aristide stapt. Zo’n leider, die de steun van de arme bevolking geniet, zou de legitimiteit en het vertrouwen van de overheid kunnen doen groeien.
Anderzijds ligt het in de lijn der verwachting dat de VS steen en been zullen klagen over oneerlijke verkiezingen en – later – over mensenrechtenschendingen van het nieuwe regime, mocht een linkse populaire leider worden gekozen die het land in een richting stuurt die de VS niet bevalt. Haïti is altijd van groot strategisch belang geweest, en de VS wil geen tweede Cuba.
De hulp en nieuwe banen
Veel van het geld dat is ingezameld gaat nu naar buitenlandse NGO’s in Haïti. Dat is prima, zij beschikken over de ervaring en de mensen om er nu iets mee te doen en ze doen in vele gevallen geweldig werk. Maar op de lange termijn zouden Haïtiaanse inwoners direct moeten kunnen profiteren van het geld dat andere landen en landgenoten in het buitenland schenken. Juist in de hulpverlening, in de wederopbouw en in de zorg kunnen banen worden gecreëerd. Die moeten zoveel mogelijk gaan naar Haïtianen.
Het is tijd dat Haïti eindelijk de kans krijgt haar eigen toekomst vorm te geven.
Dit was het laatste bericht van Haïtiweek. Bekijk het weekoverzicht.
Gerelateerde verhalen
terug naar top van de pagina




