Groen op rekening van het Zuiden

in De Groene Amsterdammer, duurzaamheid

Volgens de Zweedse antropoloog Alf Hornborg drukken technische objecten een relatie uit, bijvoorbeeld tussen Chinese arbeiders en Westerse consumenten

Van alle Noord-Europese landen spant Zweden zich met de meeste ijver in om duurzaamheid dichterbij te brengen. Toch wentelen zelfs de Zweden, net als andere rijke burgers op het Noordelijk halfrond, de kosten van hun luxueuze leefstijl af op het globale Zuiden.

In Nederland ontkent anno 2011 de op drie na grootste partij in het land dat er klimaatverandering plaatsvindt. Op het gebied van duurzaamheid excelleert de Nederlandse overheid in wikken en wegen, vaag beleid, uitstel en afstel. Als er al een overkoepelende visie op een duurzame maatschappij is, kunnen we er alleen maar van dromen dat die in praktijk wordt gebracht.

Nee, dan Zweden. Daar heeft het hele politieke spectrum ‘groen’ omhelsd, ofwel als een kwestie van natuurbehoud en idealen, ofwel als een kwestie van gezond verstand en slim economisch beleid. Als voorloper van een bredere invoering van het ‘de vervuiler betaalt’-principe voerde het land al in 1991 een carbon tax in, die het gebruik van fossiele brandstoffen ontmoedigde en energiemaatschappijen er succesvol toe aanzette hernieuwbare bronnen te gebruiken. Ruim 44 procent van alle energie die het land nu verbruikt komt van duurzame bronnen, de rest van kernenergie en fossiele brandstoffen. Daarmee is Zweden verreweg koploper in Europa.

De consistente inzet van de overheid op duurzaamheid werpt ook op andere gebieden zijn vruchten af. Neem de omgang met afval. Omdat de overheid het afvalverwerkers heeft verboden organisch afval te storten – verreweg het meeste afval is ‘organisch’, plastic bijvoorbeeld ook – wordt er als een gek gerecycled en gezocht naar manieren om afval nieuw leven in te blazen. Zo komt het dat huishoudens in sommige regio’s hun afval in wel acht ‘stromen’ scheiden. Als recycling geen optie is, kiezen de Zweden vaak voor verbranding in een van de moderne afvalverbranders. De energie die daarbij vrijkomt wordt gebruikt voor de stadsverwarming, het zwaar giftige slib dat overblijft wordt gestabiliseerd en vermengd met asfalt voor nieuwe wegen. Omdat er lucratieve mogelijkheden zijn om afval als grondstof of energiebron te gebruiken, concurreren bedrijven om het recht op afvalverwerking.

Een behoorlijke mentaliteitsverandering. Op het gebied van de bosbouw is iets vergelijkbaars gebeurd. Zweden heeft een lucratieve houtindustrie, maar door strenge regelgeving en de wens de vele Zweedse bossen voor toekomstige generaties te behouden, wordt paal en perk gesteld aan de houtkap en moet telkens worden bijgeplant wat elders wordt gekapt. Door deze regels en veel goodwill staat er nu meer bos in Zweden dan vijftig jaar geleden.

Maar het succesverhaal heeft een keerzijde. Wie namelijk naar de fundamenten van de Zweedse economie kijkt, ziet geen fundamentele verschillen met andere rijke landen op het Noordelijk halfrond. Alf Hornborg, antropoloog en professor in de menselijke ecologie aan de Universiteit van Lund, maakte in eigen land naam door hierop te wijzen in zijn boek De mythe van de machine.

‘Ik denk dat een grote meerderheid van de mensen in Zweden echt denkt dat we het behoorlijk goed doen in termen van duurzaamheid, dat we onze CO2-emissies hebben teruggedrongen en dat we een van de schoonste landen ter wereld zijn’, zegt Hornborg in een telefonisch interview. ‘Maar dit rooskleurige plaatje van Zweedse duurzaamheid is bepaald niet de werkelijkheid. Zweden is, net als de meeste rijke landen in het Noorden, in staat geweest veel van zijn milieubelasting te verplaatsen naar andere delen van de wereld.’

De CO2-footprint van de gemiddelde Zweed groeit bijvoorbeeld nog ieder jaar. En dat er meer bos staat dan vijftig jaar geleden is alleen mogelijk geweest door goedkope fossiele brandstoffen uit het buitenland te importeren, met alle vervuiling en uitstoot van dien. Waren die brandstoffen er niet geweest, dan had Zweden zichzelf al lang kaal moeten kappen om aan de binnenlandse energievraag te voldoen.

Of neem de massale consumptie van Chinese goederen in Zweden. Hornborg is van mening dat de vervuiling die in China optreedt bij de productie van goederen en technologie voor de westerse markt aan het Westen moet worden toegerekend. Dat gebeurt nu niet. Door de productie van milieubelastende goederen elders plaats te laten vinden, houden rijke landen hun eigen straatje schoon. En financieren ze exploitatie van het milieu en van goedkope arbeid elders.

Aan deze economische logica onttrekt helaas ook ‘duurzaam Zweden’ zich niet. Dit is een tamelijk irritante constatering, vooral voor de Zweedse groenen. Doe je je uiterste best om verandering te bereiken en lukt dat behoorlijk, komt er een professor zeggen dat het allemaal niet goed genoeg is. Of eigenlijk: dat je niets fundamenteels hebt veranderd. Voor Hornborg is de basale structuur van onze westerse samenlevingen namelijk niet anders dan die van het Romeinse of Britse imperium: telkens gaat de door technologie gedreven groei van macht en welvaart in het ene deel van de wereld gepaard met de toe-eigening van land en arbeid elders ter wereld. De welvaart in Rome werd betaald met slavenarbeid en roofbouw in de periferie, niet anders dan de Britten met hun koloni├źn. Nu zijn de Chinezen de pineut. Staat daar niet een opkomende Chinese middenklasse tegenover, als direct gevolg van exportgedreven groei?

‘Zeker’, zegt Hornborg. ‘Maar Chinese arbeiders verdienen nog steeds een fractie van Zweedse salarissen. Onze weelderige leefstijl wordt betaald met de exploitatie van goedkope arbeid en goedkope grondstoffen elders ter wereld.’

Zeggen dat westerse consumptie de Chinezen helpt om zich te ontwikkelen en duurzamer te worden noemt Hornborg ‘orwelliaans’: ‘Dat is echt de logica van consumptie en milieuvervuiling op z’n kop.’ Het doet hem denken aan de Britse schrijver Rudyard Kipling, die in zijn The White Man’s Burden steen en been klaagde over de last van de Blanke Man: de rest van de wereld te beschaven. ‘Het enige wat sindsdien is veranderd zijn de technologie├źn die onze welvaart drijven en de manier waarop we erover praten.’

In zijn Zweedse boek De mythe van de machine bekritiseert Hornborg het geloof in technologie als middel om duurzame vooruitgang te bereiken. Eerder zijn technologie en economie deel van dezelfde, ondeelbare werkelijkheid. De hoogtechnologische luxe waar we in het Westen van genieten, brengt wat Hornborg betreft per definitie kosten met zich mee die door anderen worden betaald. Gebruikmakend van het marxistische concept van ‘ongelijke uitwisseling‘ stelt Hornborg dat technologie vooral uiting geeft aan die tactiek lasten af te wentelen. ‘Technologie an sich is een vraag van ongelijke distributie en uitwisseling tussen verschillende delen van de wereld’, legt hij uit. ‘Ongelijke uitwisseling is fundamenteel voor het bestaan van moderne technologie.’

Volgens Hornborg zouden onze mobieltjes en laptops niet alleen onbetaalbaar worden als we de kosten van milieuvervuiling in de prijs stoppen of als we de arbeider die ze maakt een redelijk salaris geven. Ze zouden niet eens bestaan. ‘Als we in theorie al in staat zouden zijn de schade die we de periferie van de wereld berokkenen te compenseren, dan zou niemand meer interesse hebben in het produceren van moderne technologie, omdat die nou juist rust op de ongelijke uitwisseling – dat is de voorwaarde voor haar bestaan. En zo is het altijd geweest.’

In het Westen zouden we ons hierop moeten bezinnen, stelt Hornborg: ‘Ik denk dat we echt na moeten gaan wat we in de afgelopen eeuwen hebben gedaan en dat we eindelijk moeten inzien hoe destructief dat is geweest, zowel voor het milieu en voor andere samenlevingen als voor onszelf.’

De wezenlijke omwenteling naar een maatschappij die niet teert op de armen der aarde moet ook in Zweden nog plaatsvinden – dat is wel duidelijk. Maar het bewustzijn groeit, en het is geen toeval dat dat in Zweden wat sneller gaat dan bij ons. Een voorloper blijft een voorloper.

***

Over enkele maanden publiceert Alf Hornborg zijn nieuwe boek: Global Ecology and Unequal Exchange: Fetishism in a Zero-Sum World

Voor dit artikel bezocht ik Stockholm en omgeving op uitnodiging van het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken

Dit stuk is ook gepubliceerd op de website van De Groene Amsterdammer

Beeld: Flickr

***