Twitter: jhmommers | E-mail: mom@jelmermommers.nl

Geen CO-2 opslag, geen kolencentrales, wel een feed-in tarief

BETOOG

De Volkskrant berichtte gister dat de ondergrondse opslag van CO-2 de voornaamste pijler is onder het Nederlandse klimaatbeleid. Dat is even schrikken. Het beperken van schadelijke gevolgen van een vervuilend proces als voornaamste pijler van klimaatbeleid, dat klinkt als een gemiste kans.

De overheid trekt 60 miljoen euro aan subsidie uit om onder andere Shell over te halen te investeren in het afvangen van CO-2. Als de opslag lukt, stoot Nederland minder CO-2 uit, en halen we de klimaatnormen die we voor onszelf hebben gesteld. Minister Cramer van Milieu geeft zelf aan dat het geen ideale oplossing is, maar een andere mogelijkheid om de norm op korte termijn te halen ziet ze niet.

Zoals hier duidelijk staat uitgelegd, loopt Shell met deze deal op twee manieren binnen. Aan de ene kant kan de wannabe-green oliegigant zijn zwarte goud blijven verkopen (de schadelijke uitstoot wordt tijdelijk onzichtbaar, olie blijft acceptabel) en aan de andere kant kan het geld verdienen met het opruimen van de schadelijke bijproducten van de verkoop van diezelfde olie.

Dat is onacceptabel.

De vervuiler zou niet moeten worden gesubsidieerd om verder te gaan met vervuilen en de rommel tijdelijk op te ruimen, maar afgestraft voor het feit dat hij in de eerste plaats vervuilt. Als we de redenering van de overheid – strikt en met het maatschappelijk belang voorop – volgen, zou niet afvangen van CO-2 flink moeten worden beboet, waarmee wel afvangen de norm wordt. Daar is geen subsidie voor nodig: Shell heeft geld genoeg. Overigens maakt het voor een onderneming weinig uit of die gesubsidieerd wordt om iets wel te doen of beboet om iets niet te doen: in beide gevallen verandert het beleid. Maar om een duidelijk signaal af te geven dat het zo niet langer kan, en om te laten zien dat ze het meent, mag de overheid best streng zijn en de grootste energieproducent in Nederland in het gareel dwingen. Wegpompen die CO-2, onder de grond ermee – maar zonder subsidie.

Uitstel van executie

Klinkt goed, maar helaas deugt ook deze redenering niet. Door CO-2 af te laten vangen vertraagt Den Haag de noodzakelijke overstap van oude, vuile energie op nieuwe, duurzame energie. Alles blijft nog een tijdje min of meer zoals het is, en we halen onze normen (hiep hiep). De hoeveelheid CO-2 die bij de verbranding van fossiele brandstoffen vrijkomt blijft gelijk, alleen gaat niet alles de lucht in. In die zin is opslag van CO-2 ordinair uitstel van executie.

Maar minister Cramer ziet zoals gezegd geen alternatief – zelf al het beschikbare geld investeren in duurzame oplossingen vindt ze minder voor de hand liggend, zo blijkt uit haar antwoorden op vragen van het NRC. Ook de aanbouw van een nieuwe kolencentrale wordt voorgesteld als een noodzakelijke oplossing, terwijl verschillende experts in Tegenlicht hebben aangegeven dat zo’n centrale al op de middel-lange termijn – we mogen toch aannamen dat de minister zich daarmee bezig houdt – volstrekt niet rendabel is.

Bovendien, met het onder de grond wegstoppen van de CO-2 is geen enkel probleem opgelost, enkel doorgeschoven naar latere generaties. Ondergrondse reservoirs kunnen lekken. De aanname dat een ondergronds reservoir voor altijd een reservoir blijft, is daarmee weerlegd. Om de eeuwigheid als maatstaf te nemen om duurzame oplossingen te beoordelen lijkt wat streng, maar als we onszelf serieus nemen zijn we het onszelf en de volgende generaties verschuldigd om iets langer stil te staan bij echt duurzame oplossingen. Om diezelfde reden is kernenergie onacceptabel: het is geen langdurig duurzame oplossing, iemand blijft ooit met het afval zitten.

Als we in het geheel afzien van CO-2 opslag – het is geen structurele oplossing en dus uiteindelijk in niemands’ belang – dwingen we onszelf om veel sneller over te stappen naar nieuwe energievoorziening. En juist daar ligt een wereld aan kansen, ook voor spelers als Shell.

Daad bij het woord

Maar voor een onderneming die claimt het beste met de aarde voor te hebben, investeert Shell op dit moment gewoonweg niet genoeg in groene energie. De manier waarop bestuursvoorzitter Van de Veer in dit gesprek in Buitenhof (44:00) omgaat met de vraag hoeveel de onderneming nou eigenlijk in groen investeert is tekenend – Van de Veer begint direct over de opvang van CO-2 om die vraag te ontwijken.

Van de Veer: “De techniek zal je helpen om nadelen van bijvoorbeeld olie te compenseren.” Duurzame energie is volgens het hoofd van Shell nog te duur. Van de Veer legt uit dat je je als bedrijf moet afvragen waar je je kennis zo goed mogelijk kunt gebruiken om geld te verdienen. Van de Veer denkt in bijvoorbeeld zonnepanelen nog niet evenveel geld te kunnen verdienen als in olie en gas, en zit er dus ook nog niet vol in.

Als Shell het meent en in de toekomst echt een rol van betekenis wil spelen, moet het juist nu veel harder investeren in duurzame projecten. In ieder geval niet in de afvang van CO-2, maar in oplossingen waarbij helemaal geen CO-2 of andere vervuilende gassen of kleinstof vrijkomen: wind-, water- en zonne-energie. Dat doet Shell al, is ook zo, maar niet op volle kracht, want er zou nog niet genoeg geld in te verdienen zijn.

Maar daarmee is de kous niet af. We moeten van de grote spelers eisen dat ze meer op het spel zetten dan zoeken naar waar er geld te verdienen is. In hetzelfde gesprek waarin Van de Veer uitlegt dat het gaat om het verdienen van geld met je expertise heeft hij het over transparantie en denken aan de lange termijn, aan het milieu. Maar de interpretatie van de rol van zijn bedrijf in de wereld – als een boot die gaat sturen als de winst-verliesrekening de andere kant opslaat – is beperkt, zeer beperkt. Van de Veer is bereid tijdelijk over het belang van de aandeelhouder heen te kijken om zijn onderneming klaar te maken voor de toekomst, zegt hij, maar wat hij niet begrijpt is dat de toekomst al begonnen is, en dat hij de trein mist.

Hoe het ook kan

Het is allang duidelijk dat het anders kan. Dat wordt in deze uitzending van Tegenlicht overtuigend aangetoond. Als we bij het ontwerp van producten, gebouwen en vervoermiddelen bovendien een voorbeeld nemen aan hoe de natuur de dingen regelt – Cradle to Cradle - dan kunnen we onze toekomst duurzaam ontwerpen. We moeten in ieder geval niet meer ontwerpen zoals we dat nu doen: lineair denken is niet meer van deze tijd.

Kortom, genoeg argumenten om niet door te gaan op de manier waarop we nu bezig zijn: we moeten net iets harder ons best doen om de overstap die moet komen op tijd te maken.

In de afgelopen honderden jaren hebben we behalve het bereiken van grote welvaart van tamelijk grote groepen mensen ook structuren geschapen die ons meer slecht dan goed doen. Dat bleek tijdens de crisis in de VS (de dwingende competitie is een economische structuur die maakte dat iedereen mee moest doen), maar dat blijkt ook uit de bewoordingen van Van de Veer over de rol van Shell. Het is dezelfde corporate structuur (winst-verlies) in een nieuwe door de communicatiewetenschap passend aangemeten jas (we zijn duurzaam!). We moeten de onderneming echter uitkleden om te zien dat de structuur niet wezenlijk veranderd is, en dat een energieproducent als Shell geen keuzes maakt op basis van filantropie of idealisme, maar op basis van ordinaire winst-verliesberekeningen.

Overigens is ook het streven naar winst te rijmen met het maken van idealistische keuzes, als je maar echt wil. Een inspirerend voorbeeld is Virgance:

“Virgance is a for-profit company that takes new activism ideas and uses the power of online social networks to scale each idea into a large-scale, citizen-powered global campaign to improve the world.

Geld willen verdienen kan dus ook op een andere manier, door projecten die vooral goed zijn voor mensen om te toveren in projecten die goed en winstgevend zijn. Niet alles leent zich daarvoor, maar ook op het gebied van energievoorziening heeft het bedrijf interessante ideeën.

Oplossingen voor Nederland

Terug naar Nederland. Wat kan minister Ter Horst wel goed doen? Afblazen van CO-2 opslag, afzien van de bouw van een ‘schone’ (=minder maar nog steeds vieze) kolencentrale, en zo snel mogelijk een feed-in tarief invoeren. Zo’n tarief zorgt ervoor dat consumenten gesubsidieerd worden door de overheid om investeringen in duurzame energiebronnen te doen: zonnepanelen bijvoorbeeld, of een windmolen naast de boerderij. De feed-in regeling voorziet er dan vervolgens in dat de consument de energie die hij overhoudt tegen een degelijke prijs kan leveren aan het stroomnet. Consument blij, want voorzien van een gratis en lokale energiebron die op termijn nog geld gaat opleveren ook. Als oude bedrijven als Shell de overstap naar een nieuwe manier van energievoorziening niet willen maken – ze zeggen van wel maar hun gedrag getuigt niet van overtuiging – dan moeten ze misschien maar gewoon afvallen.

Particuliere opwekking van energie met behulp van een feed-in tarief is een werkbaar en sociaal alternatief voor de plannen die het kabinet en Shell op dit moment maken, en daar kan iedereen hier voor tekenen. Teken ook tegen de bouw van een kolencentrale door E.ON.


Gerelateerde verhalen
  • De logica van een oliebedrijf
  • Tot de laatste druppel
  • Buzz voor de Amsterdam Declaration
  • De werking van schaarste in de onderneming
  • De wereld op z’n kop

  • Leave a Reply

    Blijf via e-mail op de hoogte van toekomstige reacties op dit bericht. U kunt zich ook aanmelden zonder mee te praten.