“Wilders is niet het punt. Wilders is een symptoom, zoals ook Fortuyn dat was”
In onderstaand artikel doet Gijs van Oenen een wat mij betreft zeer succesvolle poging om het politieke heden te begrijpen. Het is het soort artikel waar je even voor moet gaan zitten, maar zoals bekend loont dat vaak, ook nu. De Groene Amsterdammer drukte deze week een geredigeerde versie van het stuk af. Het werd in eerste instantie gepubliceerd in Krisis, tijdschrift voor actuele filosofie.
“Zoals al vaker gezegd: Wilders is niet het punt. Wilders is een symptoom, zoals ook Fortuyn dat was – en zoals Verdonk het probeerde te zijn. Een symptoom van de wijze waarop het volk zich manifesteert in de politiek, als politieke actor. Die geschiedenis begint bij de Franse Revolutie, waar de gewone man opeens op het toneel verschijnt – zowel het politieke toneel, waar het volk de hoofdrol vertolkt in het zelfgestichte Théâtre de la Bastille, als het ‘echte’ toneel, waar opeens de dienstknecht Figaro de hoofdpersoon is in Mozarts Nozze, in plaats van zijn baas, graaf Almaviva. Het is een lange geschiedenis, waarvan de negentiende-eeuwse revoluties, de ‘opstand der horden’ ofwel de opkomst van het proletariaat, de Oktoberrevolutie, de Nederlandse pacificatie, de verzuiling en de emancipatiebeweging van de jaren zestig allemaal deel uitmaken.”
- Lees het stuk in de online pdf versie
Conclusie
In de versie van het stuk zoals dat verscheen in De Groene staat de conclusie bondiger verwoord dan in bovenstaande versie:
De ‘gedoogsteun’ van de PVV is een parodieus antwoord op de serieuze vraag naar de aard van nieuw gezag, in een tijdperk dat oud gezag niet meer aanvaard wordt, om de paradoxale reden dat het in wezen ons eigen gezag is, het gezag van moderne mondige mensen die het allemaal zelf mogen weten en zelf mogen zeggen. Stemmers op lijsten (dus geen partijen) van die als Fortuyn en Wilders proberen te doen alsof ‘Den Haag’ nog een ‘heteronoom’ gezag vertegenwoordigt, waaraan men de eigen onvrede met de samenleving kan verwijten. Over alles waarvan men een afkeer heeft – buitenlanders, islamieten, ontwikkelingssamenwerking, kunst – maar zich door geweten of ‘linkse kerk’ moreel gechanteerd voelt, kan men dan met min of meer liberale, en dus respectabele, ergernis eisen dat in ieder geval ‘de stáát het niet mag subsidiëren!’
Het probleem — ook en juist voor hen — blijft echter dat ‘de staat’ al lang niets anders is dan een representatie van ons eigen, rationele en geëmancipeerde inzicht. De populistische afkeer richt zich tegen dit inzicht, maar daarmee dus in wezen tegen zichzelf.
Wat denkt u?
Wat denkt u, waarde lezer: is de emancipatie te ver doorgeschoten? Moet de politiek meer of minder naar “het volk” luisteren?
Foto Wilders: Roel Wijnants
Gerelateerde verhalen






