11-12-2009
Maarten Vogel (38) staat graag vooraan. Daarom zit hij niet alleen bij de ME, maar ook bij het horecateam van de politie Leeuwarden. Hij is agent in hart en nieren, en daar is hij trots op. Maar hij komt ook in aanraking met erg veel geweld, en dat laat zelfs deze nuchtere Fries niet koud.
NEEM zaterdag 14 november. Maarten draait een normale nachtdienst in het horecateam als hij ter assistentie wordt geroepen bij een uit de hand gelopen arrestatie. Een man die ter controle is aangehouden is door het lint gegaan en heeft al twee agenten geslagen.
Als Maarten aankomt, treft hij een uitzinnige man aan, een boom van een vent. Met zijn drieën moeten de agenten op hem springen om hem te kunnen arresteren. Zodra dat gelukt is, keert Maarten zich naar een collega die door de verdachte knock-out geslagen is. Zij ligt buiten westen op de stoeptegels, een kring bloed rond haar hoofd. Maarten schrikt zich kapot, is even bang dat ze het niet redt.
Ze redt het wel. Maar ze moet worden opgenomen met hersenkneuzingen en een schedelbasisfractuur. Wekenlang ligt ze in het ziekenhuis. Ze is weer bij kennis, maar houdt waarschijnlijk permanente oorschade over aan dit incident.
Dit is een voorbeeld van extreem geweld in het politiewerk. En ja, natuurlijk hebben agenten daarmee te maken. Dat hoort bij hun werk. Maar zo extreem als Maarten het dit jaar heeft gehad, kom je het niet vaak tegen.
Tel alles bij elkaar op, en je begrijpt dat agenten het vervelend vinden dat zij niet ‘onze jongens’ worden genoemd, en militairen wel.
WERK MET BETEKENIS
Vroeger werkte Maarten als bedrijfsleider bij de Harense Smid. Hij vond dat een prima baan, met leuke collega’s en een leuke werkplek. Maar echte voldoening gaf het niet, Maarten miste iets. Hij wilde iets betekenen voor de samenleving.
Wat hij wilde betekenen, wist hij altijd al. Hij wilde het werk doen waar je je rechtvaardigheidsgevoel in de praktijk kunt brengen. Werk waar je trots op kunt zijn. Het soort werk waardoor hij als kind al respect voor de politie had.
Boeven vangen.
Dus toen de politie in Leeuwarden weer mensen nodig had, acht jaar geleden, was de beslissing snel gemaakt. Het voelde als een nieuwe start. Hij trouwde met zijn vrouw Jolien, die vlak daarna zwanger werd. Inmiddels hebben ze twee kindjes, Sanne (7) en Derk (5).
Maarten noemt zichzelf een haantje de voorste. Als kind stond hij al graag vooraan, nam het op voor wie er gepest werd. Een keer kwam het tot vechten met een jongen die een meisje plaagde. Maarten zei daar iets van en die jongen wilde vechten. Dat heeft hij geweten.
Want Maarten had toen al de middelen in huis om dat gevecht te winnen. Hij deed aan Pencak Silat, een Indonesische vechtsport, en aan kickboksen. Vijf, zes keer in de week trainen, en wedstrijden vechten. Je kunt dat goed aan hem zien, Maarten is in topvorm. Zijn postuur doet niet onder voor een uitsmijter.
Hij vocht niet omdat hij gek is op vechten, of omdat hij van geweld houdt. Hij wilde zichzelf testen. Maarten probeerde zijn eigen limieten te vinden en daaroverheen te gaan.
ZWAAR WERK
Ook in zijn werk zet hij zichzelf op de lijn. Daarom zit Maarten bij de mobiele eenheid (ME) en als ‘biker’ (zeg baiker) bij het horecateam Leeuwarden. Het soort werk waarbij je – zelfs voor een agent – met bovengemiddeld veel agressie en geweld te maken hebt.
In het horecateam heeft hij om de week nachtdienst op donderdag, vrijdag en zaterdag. Dan heeft hij continu te maken met het Leeuwarder uitgaanspubliek. Veel mensen zijn dan onder invloed van drugs of alcohol, of beide. Dat levert veel agressie en geweld op.
Het afgelopen jaar was extreem. In januari werden Maarten en zijn gezin met de dood bedreigd door een bezopen bekende. Een paar maanden later werd hij met een boksbeugel in zijn gezicht geslagen. Als ME’er werd hij zwaar belaagd door uitzinnige hooligans bij de Cambuurrellen en vorige maand bij een wedstrijd van Heerenveen. En een paar weken geleden schrok hij zich dood toen hij een collega op de grond trof met een plas bloed om haar hoofd.
Zo’n jaar zou niemand licht vallen. Vergeet niet, behalve deze extreme incidenten is er de dagelijkse werkelijkheid waar iedere politieagent mee te maken heeft. Dat is een opeenstapeling van abnormale gebeurtenissen, dingen die ‘gewone burgers’ nooit of maar één keer in hun leven meemaken. Denk zelfmoord, verkeersongelukken, zware misdrijven.
OF NEEM de Cambuurrellen van begin juni. Cambuur moet spelen voor promotie en verliest in de laatste minuten. Supporters boos, schreeuwen: “Kankerjuten! Kom dan!”
Maarten werkt die avond als ME’er. Hij wordt met collega’s anderhalf uur lang bekogeld met klinkers, zware metalen voorwerpen en flessen bier. 19 agenten raken gewond. Ik vraag hem naar die avond.
Wat doe je als thuiskomt na zo’n dag?
“Dan vertel je dat allemaal. Aan je vrouw en je vader en je moeder en je broertje. En zo praat je dat van je af. Je praat op je werk met je collega’s, en er is een opvangteam. Het krijgt een plekje.”
Het krijgt een plekje.
“Ja, absoluut. Het komt in je rugzak. En er zijn ook wel collega’s wiens rugzak op een gegeven moment vol raakt. En misschien zal dat op een gegeven moment met mij ook gebeuren. Dat zou heel goed kunnen.”
Denk je dat?
“Ja, er zijn praktijkvoorbeelden genoeg van. Van collega’s van wie ik altijd dacht, ‘die kunnen alles hebben.’ Die uiteindelijk gewoon een posttraumatisch stress syndroom hebben. Dat kan. En dat betekent dus ook dat dat mij kan gebeuren.”
Ben je er weleens helemaal klaar mee?
“Ja, natuurlijk. Zoals laatst dat geval met die collega [die knock-out op de grond lag, red.], en dan terugkijkend op wat ik in een jaar aan agressie en geweld meegemaakt heb, dan denk ik soms, ‘waar doe ik het eigenlijk voor?’”
“Je probeert toch iets goeds te doen voor de maatschappij en dan wordt gewoon niet zo gezien door een hoop mensen. Je laat je in de nachtdiensten beledigen, bedreigen, je hebt met geweld te maken. En waar doe je het voor?”
WAAR JE HET VOOR DOET
Je doet het omdat je graag boeven mag vangen. Je doet het omdat het goed is als de orde is hersteld na rellen. Je doet het omdat je iemands fiets terug kunt geven. Je doet het omdat je een verkrachter kunt arresteren. Je doet het omdat je iemand terug kunt halen van een hartstilstand. Je doet het omdat je een wildplasser een boete kunt geven. Niet om de boete, maar omdat je denkt dat de maatschappij dat met je eens zou zijn. Je doet het omdat je ook een slechtnieuwsgesprek goed kunt doen. Je doet het omdat je iets bij wilt dragen.
ONBEGRIP
Maar dat alles wordt niet altijd even goed begrepen. In de bus terug van het interview met Maarten komt uw journalist een sprekend voorbeeld tegen van het gapende gat tussen intentie van de agent en perceptie in de samenleving.
De buschauffeur, die wel klaagt maar niet met zijn naam in de krant wil:
“Politieagenten? Dat zijn niet mijn vrienden. Als er iets is heb je niks aan ze. Ik heb twee keer aangifte gedaan na een ongeluk. ‘Kunnen we niks aan doen,’ zeggen ze dan, omdat ze het niet hebben gezien.”
“Maar ze hebben toch ook heel wat te verduren?” vraag ik, onder de indruk van het gesprek met Maarten.
“Daar h
ebben ze het ook wel zelf naar gemaakt. Ze zitten met z’n tweeën meer in de auto dan ze op straat zijn. Als ze de straat op zouden gaan kregen ze weer wat meer gezag.”
Maarten irriteert zich vreselijk aan het ‘scheve beeld’ van de politie. Hij staat niet voor niets hele nachten bij de kroeg. Zijn vrouw, Jolien: “Ja dat merk ik wel. Je hebt het ook op verjaardagen. Dan komt er praat van, ‘nou, ik heb weer een bekeuring,’ ‘ik ben weer aangehouden.’ Dat is inderdaad altijd negatief. Je kunt zien dat Maarten zich daar heel erg over opwindt.”
OF NEEM een nachtdienst, begin dit jaar. Er is een vechtpartij uitgebroken en Maarten komt met een collega als eerste ter plaatse:
“Ik zie een slachtoffer op de grond liggen en ik zie een bekende van mij rondlopen met allemaal bloed in zijn gezicht. Hij wil weer naar die persoon die daar op de grond ligt, wil hem een schop geven. Dus ik pak hem beet en zeg, ‘Luister jongen, ik ben het. Klaar. Ophouden met vechten.’ Maar hij wil steeds maar terug, is helemaal door het dolle heen. Uiteindelijk gooi ik hem op de grond en zeg nog een keer, ‘Luister, ik ben het, hou nou op met vechten en wees verstandig.’ Toen heeft hij zich omgedraaid en gezegd, ‘Maarten, als je nog een keer bij de voetbalclub komt steek ik een mes in je donder. Ik maak je af. Ik snij je strot af, ik zoek je thuis op, ik maak je vrouw en kinderen dood.’ ”
Dat was schrikken. Want hoewel je als agent niet iedere bedreiging serieus kunt nemen (je krijgt ze wekelijks), komt dit wel heel dichtbij. Jolien maakt zich zorgen: “Wat zou hij doen als je hem echt tegenkomt?” Uiteindelijk weten Maarten en zijn voetbalvrienden haar gerust te stellen: “Hij hoeft maar een vinger uit te steken…”
Ze vernemen niets meer van die bekende, en hij wordt voor de bedreiging veroordeeld. De rechtbank heeft zijn straf nog niet openbaar gemaakt.
VAN VLEES EN BLOED
De overeenkomst bij deze incidenten? Dat men doet alsof politieagenten geen mensen zijn.
De overeenkomst bij de verwerking van deze incidenten? Dat politieagenten wel mensen zijn.
Ze hebben te kampen met een heel scala aan ervaringen die gewone mensen zelden meemaken. Een medewerker van het opvangteam vertelt dat hij allerlei emoties tegenkomt: angst, onmacht, frustratie, verdriet.
Aan Maarten zijn die gevoelens niet besteed, tenminste niet blijvend. Hij weet goed om te gaan met het geweld dat op zijn persoon wordt gericht, en werkt nog steeds met veel plezier. Hij blijft nuchter en ambitieus, trots op zijn werk.
Soms hoopt Maarten wel dat meer mensen, net als hij, hun grenzen zouden kennen. “Dan zouden we misschien minder problemen hebben.”
Maarten Vogel heet niet echt Maarten Vogel, maar om zijn privacy te beschermen heb ik die naam verzonnen. Hetzelfde geldt voor zijn vrouw en kinderen.
Foto voorpagina: Ministerie van Binnenlandse zaken en Veiligheid




