
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 neem ik samen met collega student journalistiek Nicole Besselink de partijprogramma’s door op de belangrijke duurzame onderwerpen. Vandaag: voedsel.
We stemmen drie keer per dag met het voedsel dat we eten. Maar op welke partij moeten we stemmen als we willen dat gezond en duurzaam voedsel de norm wordt? Veel partijen willen het belastingstelsel vergroenen, maar hoe zit dat concreet op het gebied van onze voeding? Wie pakt de vervuilende bio-industrie het hardste aan? Wie durft vlees de prijs te geven die het werkelijk kost?
CDA
Het CDA wil werken aan duurzaamheid in de gehele voedselketen: van boer tot consument. De agrarische sector kan volgens de partij alleen functioneren binnen de grenzen die voor het milieu en de samenleving acceptabel zijn.
Het CDA schrijft dat “de maatschappelijke binding met de leefomgeving en de voedselproductie moet worden hersteld, zodat mensen bewuster aankopen en omgaan met hun voedsel”. Consumenten zouden zich volgens de partij bewust moeten zijn van hun consumptiegedrag. Bovendien moet verspilling worden tegengegaan en duurzaam gevangen en gekweekte vis worden gecertificeerd. Het CDA juicht verder “inspirerende maatschappelijke initiatieven toe, zoals keurmerken, educatie en voorlichting”. Concrete voorstellen die door de overheid kunnen worden uitgevoerd, ontbreken op dit gebied.
De partij benadrukt dat het voorkomen van overgewicht en obesitas vooral bij kinderen en jongeren prioriteit heeft.
Wanneer het over de veehouderij gaat benadrukt het CDA het belang van bewuste keuzes. De gezondheid van mens en dier zijn samen met de milieudruk en maatschappelijke inpassing het kader waarbinnen “de keuze voor schaalgrootte van veehouderij bewust dient te worden gemaakt”. De partij heldert niet op wat die bewuste keuze concreet inhoudt en spreekt in dit kader over normen die moeten worden vastgelegd, maar niet over wetten. Het CDA keurt “intensieve veehouderij die alleen op kostenconcurrentie gericht is” weliswaar af, maar geeft niet aan hoe die afkeuring vertaald moet worden in beleid. Wel is het belangrijk deze zaken op Europees niveau te regelen, aldus de partij.
“Voor genetische modificatie bij dieren geldt ‘nee, tenzij’ en bij planten ‘ja, mits’”, zo valt verder in het programma te lezen.
PvdA
Volgens de PvdA moet en kan de voedselproductie duurzamer. “Economie en ecologie moeten ook op het platteland hand in hand gaan” en daarbij gaat het belang van volksgezondheid boven economische belangen.
Omdat de intensieve veehouderij “blijft botsen met de volksgezondheid, het milieu, het dierenwelzijn en de kwaliteit van ons landschap” moet de overheid zodanige maatregelen nemen dat de sector veel sneller tegemoetkomt aan “de eisen die de samenleving stelt aan verantwoorde veehouderij”. Welke maatregelen dit precies zijn, blijft in het PvdA-programma onduidelijk.
De partij zegt wél het gebruik van antibiotica te willen inperken en het vervoer van dieren door heel Europa sterk te willen terugdringen. De PvdA wil strenge visquota handhaven en kleinschalige, duurzame visserij stimuleren.
Consumenten moeten volgens de partij worden voorgelicht over goede voeding, omdat hiermee grote winst te behalen is voor de gezondheidszorg.
SP
De SP streeft naar een duurzame voedselproductie en richt haar pijlen hierbij vooral op de bio-industrie die volgens de partij verantwoordelijk is voor 14 procent van de uitstoot van broeikasgassen. “Alleen al daarom zal de veestapel verkleind moeten worden.” De SP wil verdere schaalvergroting en megastallen tegengaan, zodat Nederland een land wordt met een diervriendelijke veehouderij. Grondgebonden veehouderij moet volgens de partij worden bevorderd, net als onderzoek naar vleesvervangende producten.
De SP wil het transport van slachtdieren over langere afstanden en het preventieve gebruik van antibiotica in de intensieve veehouderij verbieden. Overbevissing moet worden voorkomen.
De SP schrijft verder dat het biologische voeding wil promoten en overgewicht bij kinderen wil tegengaan door reclame voor ongezonde voeding gericht op kinderen tot twaalf jaar te verbieden en snoep- en frisdrankautomaten uit scholen te weren. Samen met verbeterde voedselvoorlichting aan ouders moeten deze maatregelen overgewicht bij kinderen tegengaan.
VVD
De VVD benadrukt het economische belang van de landbouw en kiest voor een agrarische sector die op de wereldmarkt kan concurreren. De partij constateert dat er vanuit de samenleving kritisch wordt gekeken naar productiemethoden en dierenwelzijn, en is van mening dat de overheid ‘wensen’ op dit gebied moet vertalen in heldere doelstellingen. Daarbij moeten we de concurrentiepositie van de Nederlandse veehouderij echter niet uit het oog verliezen, zo stelt de partij. De VVD maakt afspraken over dierenwelzijn en de productie van voedsel dan ook het liefst op internationaal niveau. Over wetten op nationaal niveau spreekt de partij niet.
De liberalen benadrukken verder dat de agrarische sector het zich niet kan permitteren een achterstand op te lopen ten opzichte van andere landen op het gebied van genetisch gemodificeerde gewassen. De onderzoeksmogelijkheden hiervoor moeten daarom worden verruimd, “uiteraard onder strikte voorwaarden”. Als er een duidelijk conflict is tussen economische belangen en de volksgezondheid, vindt de VVD dat de volksgezondheid “niet ondergeschikt” is.
De VVD noemt “paternalistisch overheidstoezicht” op het privé-leven van burgers “ongepast en verwerpelijk”, maar ziet op het gebied van voorlichting over voedsel wel kansen om bijvoorbeeld gewichtsproblemen tegen te gaan.
PVV
De PVV spreekt in haar programma niet over voeding, behalve wanneer het gaat om “islamitische ouderen die van de koks in hun verzorgingshuis halal voedsel eisen”. Wel geeft de partij aan voorstander te zijn van een gecontroleerde afbouw van de bio-industrie, maar alleen op de lange termijn: “We moeten boeren niet de nek willen omdraaien” en “onze agrarische ondernemers moeten niet gedwongen worden voorop te lopen om zo weggeconcurreerd te worden door boeren in andere landen die de kantjes er af lopen”.
GroenLinks
“Gezond voedsel zonder de bijsmaak van dierenleed of vervuiling”, is in het kort wat GroenLinks voor zich ziet op het gebied van voedsel. De partij wil dat Nederland een voortrekker wordt van een “nieuwe landbouwpolitiek die kwaliteit boven kwantiteit stelt en meer marktmacht geeft aan boeren” omdat “bewuste consumenten een betere landbouw verdienen”. De overheid moet volgens GroenLinks vervuiling van bodem, water en lucht door grootschalige landbouw terugdringen en de veestapel moet worden verkleind. “De vee-industrie wordt stapsgewijs afgebouwd.” De partij wil het gebruik van (preventieve) antibiotica in de veehouderij fors terugdringen.
We moeten volgens de partij ook kritisch naar ons eigen gedrag kijken, “naar overdadige vleesconsumptie, bijvoorbeeld. We hoeven niet allemaal vegetariër te worden, maar één vleesloze dag in de week maakt al verschil.” De overheid moet volgens GroenLinks meer gaan voorlichten over de schadelijke milieueffecten van het eten van vlees en voor vlees moet het hoge btw-tarief gaan gelden. In Europa wil de partij zich daarentegen hard maken om verse groenten en fruit vrij te stellen van de btw-heffing.
Met de voedingsindustrie wil GroenLinks bindende afspraken maken over een “reclameverbod op snoep voor kinderen onder de twaalf jaar en over het terugdringen van foute vetten en zout in het eten. Zo nodig komt er wetgeving.” De industrie moet worden aangesproken op haar maatschappelijke verantwoordelijkheid.
GroenLinks is kritisch over genetische modificatie; die kan in de Nederlandse landbouw niet toegepast worden zolang de veiligheid van mens en natuur niet is gegarandeerd. De partij wil dat Nederland in Europa pleit voor betere etikettering van gentechproducten.
ChristenUnie
De ChristenUnie zet in op een sterke agrarische sector die een goede balans weet te slaan tussen economie en ecologie. De partij wil dat de eisen die de maatschappij voedselproductie stelt, worden doorgerekend in de consumptieprijs. De boer krijgt dan betaald voor extra inspanningen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en landschap, terwijl de consument betaalt voor wat hij vraagt.
De ChristenUnie vindt verdere schaalvergroting in de landbouw onwenselijk en wil de veehouderij reguleren. Er moeten beperkingen worden gesteld aan uitbreiding van stallen voor de intensieve veehouderij, zodat risico’s voor de volksgezondheid worden gereguleerd. Verder moet de veehouderij zijn schadelijke invloed op het milieu verminderen.
De partij wil dat de overheid consumenten stimuleert om duurzame en diervriendelijke keuzes te maken via fiscale en financiële regelingen of via het inkoopbeleid van detailhandel. Concreet betekent dit dat via een milieuheffing de milieukosten van niet-duurzame producten tot uiting komen in de kostprijs, en dat “producten en diensten die een relatief grote ‘ecologische voetafdruk’ hebben, worden ondergebracht in het hoge BTW-tarief. Dit geldt in elk geval voor vlees.” De ChristenUnie wil programma’s die gezond gedrag en gezonde voeding bevorderen aanmerken voor opname in het ziektekostenpakket.
De partij zet verder stevig in op een duurzame visserij: over vijf jaar moet de vloot volledig duurzaam zijn. De ChristenUnie staat kritisch tegenover de toepassing van genetisch gemodificeerde organismen.
D66
Volgens D66 moeten we ons inzetten voor een duurzame, diervriendelijke voedselketen en voor alternatieven voor vleesconsumptie, om onze landbouw toekomstbestendig te maken.De partij wil innovatie in de ‘agribusiness’ in principe de ruimte geven, “maar stelt grenzen aan ontwikkelingen die ten koste gaan van volksgezondheid, dierenwelzijn, natuur en landschap.
D66 ziet toekomst voor kleinschalige biologische bedrijven maar ook voor “hightech agroparken waar verschillende agrarische bedrijvigheden op een innovatieve, duurzame en diervriendelijke wijze gecombineerd worden”. De partij staat in principe negatief tegenover “megastallen zonder extra garanties voor de
volksgezondheid en investeringen in dierenwelzijn en milieu”.
Er moet volgens D66 veel aandacht zijn voor informatie en voorlichting over gezonde voeding, maar ook financiële prikkels moeten worden ingezet. D66 benadrukt de directe invloed die consumenten dagelijks hebben en wil met bijvoorbeeld de “kiloknallertax” gericht de consumptie van bepaalde belastende producten zoals vlees ontmoedigen. Om consumenten aan te sporen duurzaam voedsel te consumeren moeten dierlijke producten een label krijgen waarop af te lezen is wat de graad van dierenwelzijn is geweest. Ook in het onderwijs moet een plaats komen voor duurzaam voedsel: D66 wil kinderen al op jonge leeftijd bewust leren omgaan met natuur en duurzaamheid, waarbij speciale aandacht wordt gegeven aan hun relatie tot voedselproductie in de landbouw.
SGP
Schaalvergroting en intensivering in de landbouw en veehouderij baren de SGP zorgen. Als dieren enkel als productiemiddel worden gezien, gaat het fout, vindt de partij. Om hier iets aan te veranderen, kiest de SGP voor een “constructieve opstelling, voor het uitbouwen van positieve ontwikkelingen en initiatieven”. Vergaande regelgeving in Nederland werkt volgens de SGP contraproductief, want voordat geïnvesteerd kan worden in betere stallen moet een boterham worden verdiend, zo schrijft de partij. Ook supermarktketens en consumenten zullen hun steentje moeten bijdragen om de veehouderij te verduurzamen. Uit het voorgaande is af te leiden dat er, als het aan de SGP ligt, geen harde regelgeving komt om deze verduurzaming af te dwingen. “Geen duimschroeven, maar gezamenlijk de hand aan de ploeg!”
Concreet wil de partij onder meer pilotprojecten met agroproductieparken faciliteren en de Europese teelt van eiwitrijke gewassen als alternatief voor importsoja stimuleren. Ook de professionele biologische landbouw, “een waardevolle kraamkamer voor verduurzaming”, verdient steun. De visserij moet “reële tijd” krijgen voor verduurzaming, waarbij betrokkenheid van de sector essentieel is. “De schaduwzijden van kweekvis moeten meer voor het voetlicht gebracht worden.”
“De SGP is tegen genetische modificatie van dieren” en van gewassen als “genen van niet aanverwante soorten ingezet worden”. De overheid moet volgens de partij zorg dragen voor een voedselketen die vrij is van genetisch gemodificeerd materiaal.
Partij voor de Dieren
“De Partij voor de Dieren wil een radicale omslag in het landbouwbeleid. Ons voedsel moet worden geproduceerd binnen de grenzen van dierenwelzijn en de draagkracht van de aarde. Schone lucht, water en bodem, gezond voedsel en een vitaal en leefbaar platteland staan te allen tijde voorop. Boeren ontvangen een goede prijs voor een eerlijk product en worden beloond voor het in stand houden van het landschap. De kosten voor goed dierenwelzijn en voor natuur en milieu worden doorberekend aan de consument, niet meer betaald door de belastingbetaler.”
Om dit te bereiken wil de PvdD de intensieve veehouderij afschaffen en plaats maken voor een dier-, natuur-, milieu- en mensvriendelijke vorm van veehouderij. De veestapel moet vergaand verkleind worden en Nederlandse veehouders moeten zich volgens de partij gaan richten op regionale markten. Ze zouden gebruik moeten maken van lokaal geteeld veevoer, zodat kringlopen gesloten worden en “gesleep met dieren” niet meer nodig is. De transporttijd van levende dieren moet worden beperkt tot maximaal twee uur en de overheid moet strenger gaan toezien op adequate verdoving voor de slacht. Waar misstanden worden geconstateerd, moeten strenge sancties volgen.
De partij pleit voor matiging in de vleesconsumptie en een omschakeling naar een dieet met meer plantaardige eiwitten. “Zo is het mogelijk om binnen de draagkracht van de aarde genoeg voedsel te produceren voor iedereen.”
De PvdD wil het prijsverschil tussen dier- en milieuvriendelijke producten omkeren door het hoge BTW-tarief te gaan rekenen voor dierlijke producten uit de vee-industrie en het nultarief voor biologische landbouw. Bovendien moet er op vlees een accijns komen van twee euro per kilo en wil de partij een importheffing op veevoer. Dit alles met het doel om duurzame keuzes te stimuleren en onduurzame keuzes te ontmoedigen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Een goed etiketteringsysteem moet voor de consument duidelijk herkenbaar maken in welk land een dierlijk product geproduceerd is en volgens welke (dierenwelzijns)normen. De PvdD wijst genetische manipulatie van dieren en gewassen af en wil in Nederland onder meer een verbod op de import van gentechgewassen.
Trots op Nederland
TON bestempelt het toezicht op voedselkwaliteit als onderdeel van de overheidskerntaak “Ruimte” en meent dat Europese boeren toekunnen zonder financiële steun omdat zij zonder subsidies goed in staat zijn EU-inwoners tegen een lage prijs, adequaat van levensmiddelen te voorzien. Buiten deze opmerkingen besteed TON geen woord aan voedsel in haar verkiezingsprogramma.
- In de volgende aflevering van de Groene Kamer: klimaatverandering.
- Naar het overzicht van de Groene Kamer
Wat de partijen willen met exportsubsidies voor de landbouw kwam in de aflevering over globalisering al aan bod. Ideeën over duurzame visserij zijn ook besproken in de aflevering over natuurbeheer.
Deze serie beperkt zich tot de gevestigde politieke partijen.
De Groene Kamer wordt geschreven door Jelmer Mommers en Nicole Besselink en is tot stand gekomen in samenwerking met duurzaamnieuws.nl, waar de serie ook verschijnt.
Gerelateerde verhalen




