
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 neem ik samen met collega student journalistiek Nicole Besselink de partijprogramma’s door op de belangrijke duurzame onderwerpen. Vandaag: energie.
Met het opraken van de fossiele brandstoffen is duurzame energie een hot topic. Alle partijen zeggen dan ook wel iets over de toekomst van onze energiehuishouding, maar de ene partij maakt duidelijk groenere keuzes dan de andere. Lees verder om uit te vinden welke partijen de duurzaamste energieagenda hebben.
- Weinig tijd? Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema
CDA
Omdat de omschakeling naar volledig duurzame energie volgens het CDA enkele decennia zal kosten, moeten we in de tussentijd ook inzetten op energiebesparing en een schoner gebruik van energiebronnen. De lijn die het CDA wil volgen is: (1) besparing, (2) duurzame energie, (3) kernenergie en (4) fossiele energie met CO2-afvang en -opslag.
Voor oplossingen van het energievraagstuk kijkt het CDA niet in de eerste plaats naar de overheid, maar naar de markt. “Oplossingen voor het energievraagstuk komen niet primair door subsidies, maar van de economie, de innovatie en technologie en het gedrag van mensen en heldere randvoorwaarden voor de lange termijn.”
Toch wil de partij bijvoorbeeld onderzoek naar de toepassing van aardwarmte voor energieopwekking “met kracht stimuleren”. Dit ziet het CDA als een “kennisinvestering”.
Kernenergie blijft volgens het CDA nodig in Nederland, “juist vanuit het oogpunt van de betaalbaarheid en de voorzieningszekerheid”. De partij wil de informatievoorziening onder de Nederlandse bevolking hierover verbeteren: ze meent dat voorlichting “onontbeerlijk” is om tot een weloverwogen besluit te komen. Dat besluit is volgens de partij om nieuwe kerncentrales te bouwen in plaats van oude kolencentrales “wanneer energiebedrijven hierin willen investeren en er draagvlak is in de regio”. “Onverminderd geldt hier dat de vervuiler betaalt en dat deze dus ook zal moeten investeren in afvalopslag en ontmanteling.” Het is niet duidelijk of het CDA hiermee nieuwe kolencentrales uitsluit.
Volgens het CDA liggen er “tal van mogelijkheden voor de land- en tuinbouw om in te spelen op de uitdagingen op het gebied van klimaat, energie, voedsel en water.” Zo moet restwarmte worden benut, en is de partij voorstander van het gebruik van biobrandstof, zo lang dat niet ten koste gaat van de voedselproductie.
Het CDA wil de infrastructuur in de energiesector in publieke Nederlandse handen houden en wil de komende periode een plan ontwikkelen voor een intelligent elektriciteitsnet. Bovendien wil de partij een feed-in systeem naar Duits model invoeren, waarin wettelijk wordt geregeld dat burgers en bedrijven een vergoeding krijgen voor de groene stroom die ze produceren. In tegenstelling tot de huidige regeling, waarin de terugleververgoeding jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld, moet een feed-in systeem investeerders voor langere periodes zekerheid bieden. Zo wil het CDA tienjarige prijsgaranties uitgeven. Door de regeling wordt bijvoorbeeld de investering in zonnepanelen voor particulieren rendabeler.
Het CDA wil nadrukkelijk vasthouden aan de Europese doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent te verminderen, de energie-efficiëntie met 20 procent te verhogen en een aandeel van duurzame energie van 20 procent voor 2020.
Uit het programma van het CDA wordt niet duidelijk of energieproducenten verplicht moeten worden in toenemend aandeel van hun energie groen te produceren.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
PvdA
De PvdA wil in 2020 de duurzaamste energievoorziening van Europa hebben. Het energiegebruik moet volgens de PvdA in hoog tempo vergroend worden. “Dat betekent niet dat wij vinden dat de subsidie flink omhoog moet.” Beter zijn volgens de partij wettelijke normen die energiebesparing afdwingen en het aandeel van duurzame energie opvoeren. Energieproducenten moeten in 2020 verplicht 35% groen produceren.
Verder wil de partij een duurzaamheidsakkoord waarin energieleveringsbedrijven worden verplicht om ook bij hun klanten energiebesparing te stimuleren.
De PvdA wil verder gaan dan de Europese doelstellingen voor 2020 door de uitstoot van CO2 met 30% te verminderen (in plaats van 20%). Op Europees niveau moet minder geld naar structuur- en landbouwfondsen, en meer naar innovatie-, energie- en klimaatbeleid. “De PvdA wil dat de EU een gemeenschappelijk energiebeleid voert waarbij verduurzaming hand in hand gaat met het verminderen van de afhankelijkheid van een beperkt aantal (instabiele) energieleveranciers.”
Kernenergie is voor de partij geen optie: “Kernenergie zien wij niet als lange termijn oplossing om een duurzame samenleving te bereiken zolang een oplossing voor het afvalprobleem nog niet in zicht is.”
Uit het programma van de PvdA wordt niet duidelijk of nieuwe kolencentrales gebouwd mogen worden (ze moeten volgens de partij wel meer biomassa bijstoken) en of er een feed-in systeem moet komen (zie toelichting bij het CDA).
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
SP
Volgens de SP is de dreiging van mondiale conflicten door het opraken van fossiele brandstoffen reden genoeg om een “stevig klimaatbeleid te voeren, met nadruk op energiebesparing en duurzame energie- en voedselproductie”. Volgens de partij is het een “grote fout” dat “bestuurders onze energiebedrijven hebben verkocht aan buitenlandse ondernemingen. Dat maakt het voeren van een duurzaam energiebeleid onnodig moeilijk.”
De SP wil kolen-, olie- en kerncentrales vervangen door zonne-, wind- en andere duurzame energie. De partij wil dan ook geen nieuwe kolencentrales. Er moet een “ruimere subsidie voor zonnepanelen” komen. De partij spreekt in het programma niet over een feed-in tarief (zie toelichting bij het CDA).
De socialisten willen dat er een klimaatwet komt waarin maatregelen voor duurzame energie worden genomen. Subsidies moeten worden beperkt tot technieken die “nog volop in ontwikkeling zijn”, zoals zonnestroom. “Voor wind, biomassa en andere technieken die al bijna volwassen zijn, komt er een verplicht aandeel duurzame productie voor de energieleveranciers.”
De SP wil naast de Europese doelstellingen voor 2020 ook doelstellingen voor de langere termijn (2050) formuleren. De energiebelasting voor bedrijven moet op termijn gelijk gesteld worden aan die voor consumenten. Verder wil de SP de “Gasunieconstructie – waarbij Shell en Esso 50 procent van de opbrengst van het gas krijgen” ongedaan wordt gemaakt. “Geld dat hierdoor vrijkomt, wordt gestopt in een investeringsfonds voor duurzame energie.”
Ten slotte wil de SP “energiezuiniger bouwen, transport en productie, het nuttig gebruik van restwarmte van elektriciteitscentrales en industrie en andere energiebesparende technieken, en de uitbreiding van duurzame stroom- en gasproductie” bevorderen.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
VVD
Volgens de VVD is een betere spreiding van het gebruik van fossiele brandstoffen gewenst zolang we er nog afhankelijk van zijn. Kernenergie is als “veilige en schone technologie” nodig vanuit het oogpunt van “zelfvoorzienendheid en klimaatdoelstellingen”. In Borssele kan een tweede centrale van “het modernste type” worden gebouwd.
“Daarnaast moeten we fors inzetten op energiebesparing en het bepalen van de wenselijke energiemix voor de komende decennia.” De overheid moet heldere doelstellingen formuleren, maar de VVD wil de markt niet voorschrijven hoe deze doelstellingen moeten worden bereikt. “Dus: geen specifieke technologieën subsidiëren maar ruim baan geven aan nieuwe technieken. Veel subsidieregelingen op het gebied van duurzaamheid kunnen worden afgeschaft.”
De partij wil hier 450 miljoen euro tegenover stellen om “innovatie in schone en hernieuwbare energie te stimuleren”. Als het aan de VVD ligt worden geen nieuwe kolencentrales gebouwd. De liberalen zien liever een ontwikkeling naar een biobased economy. “Met de Europese Unie (EU) en onze belangrijkste handelspartners moet ons land regelen dat de biobased economy ook internationaal duurzaam wordt georganiseerd.”
De partij geeft niet aan of er een feed-in systeem moet komen naar Duits model (zie toelichting bij CDA) en of energieproducenten worden verplicht een (toenemend) aandeel groen te produceren. Ook is niet duidelijk of de partij vast wil houden aan de Europese energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020.
De liberalisering van energiemarkten moet volgens de VVD worden doorgezet, “op nadrukkelijke voorwaarde dat dit op Europees niveau effectief is geregeld en dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt over marktmeesters”. Extra uitgaven voor duurzame-energieprojecten in ontwikkelingslanden worden teruggedraaid; “die kunnen uit het reguliere budget voor ontwikkelingssamenwerking worden gefinancierd”.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
PVV
De PVV wil dat er de komende decennia meer kerncentrales worden gebouwd zodat we minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. De overheid moet zo snel mogelijk overschakelen op kernenergie. “De derde en vierde generatie kerncentrales zorgen bij uitstek voor veilige en constante energie. Kerncentrales kennen hoge opstartkosten maar zijn snel rendabel te krijgen.”
“Het geld dat nu naar onrendabele windmolens gaat kan daar prima voor gebruikt worden.” Windmolens verstoren namelijk het landschap en ze draaien volgens de PVV niet op wind, maar op subsidie. “U betaalt, zij draaien.”
De PVV merkt verder op dat “het nieuwe en veel schonere model kolencentrales” goed is voor de energieprijs en leveringszekerheid. Omdat de PVV uitdrukkelijk “geen klimaatbeleid” wil voeren, wil de partij vermoedelijk niet voldoen aan de Europese doelstellingen van 20 procent minder uitstoot van CO2, 20 procent energiebesparing en 20 procent duurzame energie in 2020. Dit staat echter niet letterlijk in het programa. De PVV spreekt niet over een feed-in systeem (zie toelichting bij CDA) of een verplichting voor energieproducenten om een (toenemend) aandeel groen te produceren. De partij is in het algemeen geen voorstander van subsidies.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
GroenLinks
GroenLinks hekelt het energiebeleid van de afgelopen jaren, waarin volgens de partij ruimte is gemaakt voor nieuwe kolencentrales en waarbij onderzoeksgeld vooral naar fossiele energiebronnen ging. “Als wind- en zonne-energie net zoveel steun hadden gekregen, was de groene economie al een stuk dichterbij geweest.”
De partij wil nu een “Deltawet nieuwe energie” om de Europese doelstellingen voor 2020 te halen. Zowel voor groene stroom als voor duurzame energie ten behoeve van verwarming wil GroenLinks een specifiek doel van 35 procent in 2020, waarmee de Europese richtlijn voorbij wordt gestreefd. Energieproducenten moeten volgens de partij worden verplicht elk jaar een groter aandeel groen te produceren.
Nederland moet volgens GroenLinks een feed-in systeem krijgen naar het Duitse model waarmee “zelf opwekken van energie door burgers, bedrijven, lokale en regionale overheden” krachtig wordt bevorderd (zie ook toelichting bij CDA). Bureaucratische obstakels op dit gebied moeten verdwijnen, de overheid gaat locaties voor windmolens op land selecteren en concessies uitgeven aan uitbaters. De inkomsten daarvan moeten opnieuw worden geïnvesteerd in groene energie. Zo moet de overheid experimenteren met de productie van groene energie bij wegen en moet er een Europees netwerk van efficiënte hoogspanningskabels komen.
GroenLinks wil de bouw van nieuwe kolencentrales verhinderen, grootverbruikers energieheffing laten betalen, en de kernreactor in Borssele sluiten. “Er komen geen nieuwe kerncentrales voor energieopwekking.”
De partij wil verder een spoedwet voor wind op zee, “gericht op 10.000 megawatt Noordzeestroom in 2020”. Geplande investeringen voor de komende tien jaar moeten naar voren worden gehaald. Ook moet er volgens de partij een ‘stopcontact op zee’ komen, dat windstroom van de Noordzee afvoert en verdeelt. In Europa zet Nederland zich als het aan GroenLinks ligt in voor “bindende Europese duurzaamheidseisen voor alle vormen van bio-energie”.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
ChristenUnie
De ChristenUnie stelt op het gebied van energie ambitieuze doelen. Nederland moet voorbij de Europese doelstellingen gaan en in 2020 30 procent minder broeikasgassen uitstoten, 20 procent hernieuwbare energie gebruiken, en 25 procent energie besparen. Overheidsgebouwen moeten in 2030 energieneutraal zijn.
Volgens de ChristenUnie faalt de huidige energiemarkt omdat toekomstige kosten geen onderdeel uitmaken van de energieprijs. Dit moet worden hersteld door een geleidelijk stijgende inputheffing op niet-duurzaam opgewekte stroom, “met name bij kolen”. Deze heffing daalt naarmate de energieproducenten meer duurzaam produceren, waartoe ze overigens ook worden verplicht (zie voor details het programma). Het liefst worden deze en andere marktcorrigerende maatregelen genomen op Europees niveau.
De ChristenUnie wil een feed-in systeem: de partij kiest ervoor de aantrekkelijkheid van duurzame investeringen te verhogen door “terugleververgoedingen te bieden voor de feitelijke levensduur van het duurzame project” (zie ook toelichting bij CDA).
De energietransitie moet volgens de ChristenUnie zowel “aan de voorkant als de achterkant” worden gestimuleerd, respectievelijk door investering en fiscale vergroening, en door innovatief inkoopbeleid en verplichte energiebesparing voor energieleveranciers. Koplopers moeten worden beloond, vindt de partij.
De ChristenUnie wil verder onder meer investeren in slimme elektriciteitsnetten, warmtenetwerken en warmtekrachtkoppeling. Er moet meer windenergie komen en een ‘stopcontact op zee’. Verder wil de partij kolencentrales verplichten biomassa mee te stoken en moeten nieuwe kolencentrales CO2 verplicht opslaan. Hieruit kan worden afgeleid dat die nieuwe kolencentrales er wat de ChristenUnie betreft mogen komen, als ze relatief ‘schoon’ zijn. De partij wil bio-energie onder voorwaarden bevorderen en wil geen nieuwe kerncentrales.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
D66
Volgens D66 is het probleem van de huidige energiemarkt niet dat duurzame energie te duur is, maar dat fossiele brandstoffen te goedkoop zijn. Om de “werkelijke kosten” van fossiele brandstoffen door te berekenen en subsidies overbodig te maken, zal de overheid moeten ingrijpen: “de ‘markt’ kan en zal deze problematiek niet alleen oplossen”. De overheid van D66 zorgt voor een goed investeringsklimaat, strenge normen, een gelijk speelveld en vergroening van het belastingsysteem. De partij wil één Europese energiemarkt.
“D66 pleit ervoor duidelijke langjarige randvoorwaarden voor een succesvolle versnelde omslag naar volledig hernieuwbare energie in 2050 vast te leggen in een Deltawet Nieuwe Energie.” Deze wet zou Europese doelstellingen voorbijstreven.
De energiebelasting moet omhoog, vindt de partij, en de tarieven voor klein- en grootverbruikers moeten gelijk worden gesteld (waardoor energie voor grootverbruikers duurder wordt). D66 wil ook de energieinfrastructuur verbeteren, elektriciteitsmeters en -netten moeten ‘slimmer’ en Nederland moet ernaar streven in Europa een centrale rol te spelen in gastransport, -opslag en -distributie.
D66 zet nadrukkelijk in op decentrale energieopwekking, bijvoorbeeld door te pleiten voor een feed-in tarief (zie toelichting bij CDA) en tegen bureaucratie. “Hier is veel potentieel en als bijkomend effect raken burgers en bedrijven zo meer betrokken bij energieproductie en -consumptie.” Ook door bijvoorbeeld het certificeren van duurzame producten moet de burger meer betrokken raken bij het energievraagstuk.
Naast decentrale opwekking blijft grootschalige energieopwekking nodig, maar deze moet duurzamer. “D66 kiest voor grootschalige energieopwekking met wind op zee, voor zonne-energie en voor flexibele gascentrales als overgangsbrandstof.” Energieproducenten moeten met concrete targets (wettelijk) worden verplicht een toenemend aandeel groen te produceren. Een strengere norm moet kolen ‘beperken’ en kernenergie kan voor D66 alleen een optie worden “in een samenhangend plan voor energietransitie, pas nadat Nederland tot het uiterste is gegaan in energiebesparing en bovendien hernieuwbare energiebronnen niet of onvoldoende in de resterende energievraag kunnen voorzien”.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
SGP
“De effectiviteit van het energiebeleid moet omhoog. Regels, belastingen en subsidies hebben de voorkeur boven vrijblijvende convenanten”, aldus de SGP. Op internationaal niveau moet verduurzaming van de energievoorziening een belangrijk issue zijn. De SGP wil internationale afspraken maken over de reductie van CO2-uitstoot en het ontwikkelen van duurzame technologie. Hoge ambities zijn wenselijk, maar op nationaal niveau moet Nederland zich geen hoger ambitieniveau stellen dat “de grondslag wordt voor (wettelijke) overheidsmaatregelen als concurrerende landen dat evenmin doen”.
De energietransitie moet zoveel mogelijk aan de markt worden overgelaten, vindt de SGP, maar de overheid kan energieproducenten wel wettelijk verplichten ieder jaar meer groen te produceren. Ook moet er een Nationaal Energiefonds komen om duurzame energie op allerlei manieren te stimuleren, bijvoorbeeld met “onderzoek naar en benutting van ‘nieuwe’ biomassa (tweede generatie biobrandstoffen en algen), aardwarmte, zonne-energie en kernfusie”. Dit en ander beleid moet vanuit één ministerie geregeld worden.
Kernenergie is voor de SGP een “aanvaardbare tussenoplossing” zolang schone energiebronnen niet toereikend zijn. Een nieuw Borssele behoort tot de mogelijkheden. Samen met aardgas kan kernenergie “schoon tegenwicht” bieden aan kolen, maar “een bouwstop voor kolencentrales gaat de SGP een stap te ver”.
In het programma van de SGP blijft onduidelijk of de partij een feed-in systeem wil invoeren (zie toelichting bij CDA).
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
Partij voor de Dieren
“Het energiegebruik van Nederland kan veel lager en veel duurzamer. Door energie te beprijzen, door regels te stellen en door innovatie te stimuleren.” Een eenvoudige oplossing voor het complexe energieprobleem is volgens PvdD energiebesparing, bijvoorbeeld in de glastuinbouw door toepassing van de ‘gesloten kas’ en het bijstellen van het belastingtarief voor grootverbruikers.
“Duurzame energiebronnen die nu nog duurder zijn dan andere energiebronnen moeten versneld worden ontwikkeld en ingevoerd.” Zo moet de overheid de markt voor zonnepanelen “krachtig stimuleren” en moet er een feed-in tarief worden ingevoerd om de productie van decentrale duurzame energie te vergroten (zie toelichting bij CDA). De PvdD wil dat energieproducenten worden verplicht jaarlijks meer groen te produceren en dat duurzame energie voorrang krijgt op het elektriciteitsnet. De partij wil dat de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en dat er geen nieuwe kerncentrales komen.
Over biobrandstoffen is PvdD gemengd. De partij “ziet de noodzaak om fossiele grondstoffen te vervangen, maar realiseert zich ook de nadelige gevolgen van de productie van biobrandstof en -grondstoffen”. Het feit dat natuurlijke ecosystemen lijden onder de aanleg van soja-akkers of oliepalmplantages, is voor de PvdD een probleem. Zo lang aan nieuwe, “strenge duurzaamheidscriteria” voor biobrandstoffen niet wordt voldaan, is de productie ervan voor PvdD “ontoelaatbaar”.
- Overzicht: andere onderwerpen, andere partijen
- Bekijk de energieagenda’s van de partijen in schema (u blijft op deze pagina)
Trots op Nederland
TON besteedt in het partijprogramma nauwelijks aandacht aan het energievraagstuk. Wel is duidelijk dat de partij alle aftrekposten met een “marktverstorend effect” wil afschaffen, waaronder “de Investeringsaftrek, die bepaalde soorten investeringen op het gebied van milieubehoud en energiebesparing vrijstelt van belastingheffing”. Ook is TON “voorstander van de bouw van een kerncentrale”.
- In de volgende aflevering van de Groene Kamer: afval.
- Naar het overzicht van de Groene Kamer
Energieagenda’s in schema
Huishoudelijke mededelingen
Maatregelen ten behoeve van het klimaat, zoals de handel in emmissierechten en de beperking van CO2-uitstoot, komen in de laatste aflevering van de Groene Kamer (“Klimaat”) uitgebreider aan de orde.
Deze serie beperkt zich tot de gevestigde politieke partijen.
De Groene Kamer wordt geschreven door Jelmer Mommers en Nicole Besselink en is tot stand gekomen in samenwerking met duurzaamnieuws.nl, waar de serie ook verschijnt.
Gerelateerde verhalen





