
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 neem ik samen met collega student journalistiek Nicole Besselink de partijprogramma’s door op de belangrijke duurzame onderwerpen. Vandaag: globalisering.
In de vijfde aflevering van de Groene Kamer gaan we op zoek naar de standpunten van de partijen met betrekking tot globalisering in de brede zin. We kijken naar de uitgangspunten voor buitenlands beleid en internationale samenwerking, naar ontwikkelingshulp, armoedebestrijding en eerlijke handel.
Hebben wij een verantwoordelijkheid om minder bedeelden wereldwijd te helpen? Zo ja, hoe dan? De partijen geven antwoord.
CDA
Het CDA wil dat Nederland internationaal actief meedoet vanuit enkele kernwaarden: solidariteit, rentmeesterschap, rechtvaardigheid en gespreide verantwoordelijkheid. “Daardoor kunnen we gebruikmaken van de mogelijkheden en de kansen die globalisering brengt.” De partij wil de internationale rechtsorde bevorderen – in de eerste plaats opkomen voor mensenrechten – en een actieve rol spelen in het versterken van de VN, de Wereldbank, het IMF, het Internationale Strafhof en de WTO.
Het CDA “zet in op een verantwoorde verdere liberalisering van de wereldhandel”. Daarbij moet aandacht zijn voor bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden en milieu. De partij wil “betere afspraken over de toegang van ontwikkelingslanden tot de EU-markt en andere internationale markten”, omdat protectionistische maatregelen de vrije ontwikkeling van de wereldhandel en de positie van ontwikkelingslanden belemmeren.
Het CDA wil wereldwijde armoede bestrijden door economische groei te realiseren: de tijd van hulp is voorbij, zo schrijft de partij. In de nieuwe visie van het CDA moet investeren centraal staan. Ontwikkelingssamenwerking moet gericht zijn op zelfredzaamheid en eindigheid. De partij wil niet korten op het budget voor ontwikkelingssamenwerking.
PvdA
De PvdA wil macht en welvaart wereldwijd eerlijker verdelen. Dit kan “matigend werken op migratiestromen, is goed voor onze export, en werkt stabiliserend op internationale politieke verhoudingen”. De partij noemt het bevorderen van de internationale rechtsorde de “kernopdracht van de internationale gemeenschap” en wil dat Nederland daar actief aan meedoet. Internationale instituties zoals het IMF en de G20 moeten worden versterkt.
De PvdA benadrukt dat de middelen die we inzetten voor ontwikkelingssamenwerking samenhangend moeten zijn: “we kunnen niet met de ene hand geven en met de andere hand nemen”. Daarom wil de partij het internationale handelsbeleid ‘vereerlijken’. “Er moeten rechtvaardige internationale handels- en klimaatverdragen komen, evenals eerlijke belastingverdragen.” De PvdA wil in Europees verband afspreken dat multinationals hun winsten niet meer onbelast uit ontwikkelingslanden wegsluizen. Net als het CDA wil de PvdA bij handelsakkoorden meer aandacht voor sociale zaken en wordt het huidige budget voor ontwikkelingssamenwerking (0,8% van BNP) in stand gehouden.
De partij wil dumpingpraktijken uitbannen en exportsubsidies voor de landbouw afschaffen. “De Europese markt moet zich verder openstellen voor alle producten – dus ook voor eindproducten uit de minst ontwikkelde landen.” Ook wil de PvdA maatregelen waarmee het mogelijk wordt schendingen van mensenrechten door Nederlandse bedrijven in het buitenland strafrechtelijk te vervolgen.
SP
Volgens de SP is de internationale politiek gebaseerd op een verkeerd uitgangspunt, namelijk het recht van de sterkste. De partij stelt in plaats hiervan een betere wereldorde op basis van internationaal recht voor. De SP wil de Verenigde Naties versterken, de NAVO omvormen, en het IMF en de Wereldbank democratiseren.
De partij wil dat arme landen worden geholpen een fatsoenlijk belastingstelsel te ontwikkelen. “Multinationals moeten voortaan ook in die landen voldoende belasting betalen.” In Europa moet concurrentie tussen landen om lage belastingen voor bedrijven worden tegengegaan en moeten de sociale rechten van werknemers worden uitgewerkt. “De concurrentieregels van de interne markt worden ondergeschikt gemaakt aan vakbondsrechten en CAO-afspraken.”
De SP wil niet korten op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Wel moet de hulp een stuk effectiever en transparanter. Maar “belangrijker nog dan ontwikkelingssamenwerking”, zo stelt de partij, “is dat ontwikkelingslanden eerlijke kansen krijgen op de wereldmarkt. De Wereldhandelsorganisatie WTO moet zich minder richten op vrijhandel en veel meer op eerlijke handel.” Exportsubsidies moeten worden afgeschaft en ook “verdere beperking van de landbouwsubsidies is wenselijk, om te beginnen die subsidies die dierenleed, overbevissing en oneerlijke concurrentie met ontwikkelingslanden bevorderen”.
De SP wil verder dat ontwikkelingslanden meer vrijheid krijgen bij het maken van economische keuzen en niet worden “gedwongen tot privatisering en liberalisering van publieke diensten”. Bovendien moeten Nederlandse bedrijven en hun dochterondernemingen “die in het buitenland betrokken zijn bij misstanden aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schade die zij hebben aangericht”.
VVD
De VVD wil dat Nederland zijn best doet om welvaart, vrede en veiligheid in de wereld te vergroten, met “financiële, economische, diplomatieke of militaire middelen”. Nederland moet zich volgens de liberalen verzetten tegen “tariefmuren, staatssteun en andere vormen van marktafscherming. Nederland hecht er bovendien aan gastland te zijn van instellingen die vrede, mensenrechten en democratie bevorderen.”
De partij stelt dat een te groot deel van de huidige ontwikkelingshulp terecht komt bij corrupte regeringen. “De VVD wil daarom steun voor dubieuze regimes stopzetten. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking kan dan ook met minder geld toe” – de helft om precies te zijn.
Dit budget kan volgens de VVD worden ingezet om economische groei in de private sector van ontwikkelingslanden te bevorderen, want dit “zal uiteindelijk de hulpbehoevenden meer helpen dan sociale programma’s”. Ontwikkelingslanden moeten verder van Nederlandse expertise gebruik kunnen maken om adequate financiële systemen te ontwerpen en belasting te heffen.
De VVD wil subsidies binnen de agrarische sector afschaffen als een wereldwijd gelijk speelveld zonder concurrentievervalsing een feit is.
PVV
De PVV wil dat de belangen van Nederland “weer leidend worden in het buitenlands beleid”. “Wij willen af van ontwikkelingshulp. Alleen noodhulp blijft bestaan. De PVV kiest niet voor hulp maar voor handel. Handelsbarrières moeten worden afgebroken. Als mensen geld willen geven aan goede doelen dan kunnen ze die beslissing heel goed zelf nemen in plaats dat de overheid dat doet met belastinggeld.”
GroenLinks
GroenLinks is voorstander van “eerlijke globalisering”. “De wilde globalisering van vandaag brengt veel ontwikkelingslanden meer lasten dan lusten.” We moeten de globalisering volgens GroenLinks in “goede banen leiden”: alleen dan heeft iedereen er baat bij. “Daarvoor is eerlijke handel nodig: arme landen moeten beter kunnen verdienen aan hun export.” Nederland moet zich inzetten voor Europese en internationale handelsregels die hiervoor kansen bieden. Ontwikkelingslanden mogen wat GroenLinks betreft “opkomende sectoren, publieke diensten en de landbouw” beschermen tegen concurrentie uit rijke landen.
Het terugdringen van armoede noemt de partij een “onmisbaar onderdeel van duurzame ontwikkeling”. We moeten volgens GroenLinks ophouden met de ene hand af te pakken wat we met de andere geven. Multinationals moeten in ontwikkelingslanden belasting gaan betalen over hun winsten; Nederland mag voor hen geen “belastingparadijs” meer zijn. Belastingconcurrentie in de EU moet worden tegengegaan door Europese coördinatie; ontwikkelingslanden moeten worden geholpen bij het innen van hun belasting. GroenLinks wil verder dat Nederland pleit voor de oprichting van een sterke VN-organisatie voor Duurzame Ontwikkeling “die tegenwicht biedt aan de Wereldhandelsorganisatie (WTO)”. De WTO moet tegelijkertijd hervormd worden “zodat duurzaamheid en eerlijke handel een groter gewicht krijgen”.
De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking moet zich volgens GroenLinks toeleggen op duurzame landbouw, mensenrechten en goed bestuur. De hulp moet beter gecoördineerd worden, ook op Europees niveau. GroenLinks wil niet korten op het budget voor ontwikkelingssamenwerking.
ChristenUnie
“Vanuit de Bijbelse opdracht te zorgen voor recht en gerechtigheid, één van de centrale noties van de christelijke politiek, streeft de ChristenUnie naar rechtvaardige internationale verhoudingen in de wereld en naar vrede, veiligheid en respect voor de mensenrechten.” Dit vraagt volgens de ChristenUnie om een actieve houding van Nederland op het internationale toneel.
De partij wil Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) op internationaal niveau stimuleren. Handelsovereenkomsten en subsidieregelingen moeten volgens de partij mede worden geëvalueerd op basis van omgang met mensenrechten. Ook wil de ChristenUnie boetes opleggen aan Nederlandse bedrijven die subsidie krijgen voor projecten in het buitenland, maar gebruikmaken van kinder- en dwangarbeid. De overheid moet volgens de partij streng toezien op de zorgplicht van bedrijven op het gebied van arbeid, mensenrechten, milieu en eerlijke handelspraktijken. Als een sector hieraan niet meewerkt, volgt wettelijke regelgeving en moet “de overheid de bewijslast omdraaien: betrekt een ondernemer grondstoffen of producten uit een sterk verdachte regio dan kan de overheid eisen dat de ondernemer aantoont dat het de keten op orde heeft”.
Aan het budget voor ontwikkelingssamenwerking wil de ChristenUnie niet toornen, en op termijn is groei wenselijk. De partij benadrukt het belang van eerlijke handel naast ontwikkelingshulp. “Het is van belang dat handelsrelaties worden gestimuleerd en dat producten uit ontwikkelingslanden een afzetmarkt vinden in Europa. Op zijn beurt mag Europa geen producten dumpen in ontwikkelingslanden, waardoor de lokale markt wordt verstoord.” De partij doet hiertoe legio concrete voorstellen.
De Wereldbank en het IMF moeten volgens de ChristenUnie gedemocratiseerd worden. “zodat de invloed en sturing van westerse landen in het nadeel van arme landen worden verminderd”.
D66
“D66 denkt en handelt internationaal”, zo staat in het programma te lezen. “Internationale samenwerking is de drijvende kracht achter veiligheid, welvaart en de transitie naar een duurzame samenleving. Nederland dient een actief beleid te voeren gericht op het nakomen van de Rechten van de Mens in de hele wereld.” Multilaterale instellingen zoals de VN en het IMF moeten worden herzien zodat opkomende economieën meer gelijkwaardige inspraak krijgen.
De partij benadrukt het belang van internationale samenwerking om “vrede en economische ontwikkeling, ingebed in politieke stabiliteit en beter bestuur” te bevorderen en wil tegelijkertijd solidair zijn met de kansarmen in deze wereld. D66 houdt het budget voor ontwikkelingssamenwerking dan ook in stand op 0,8% van BNP. De partij pleit voor betere en meer doelgerichte ontwikkelingshulp. “Niet minder investeren, wel beter.”
“D66 blijft zich inzetten voor een betere toegang tot markten wereldwijd en voor de verspreiding van fair trade principes.” Het totaal aan “handelsverstorende subsidies” voor de Europese landbouw moet worden verminderd, de partij wil dat Nederland zich hier in Europa hard voor maakt.
SGP
Volgens de SGP hebben wij als welvarende natie de roeping om bij te dragen aan internationale veiligheid, stabiliteit en armoedevermindering. De SGP wil graag tot een “realistische benadering van het fenomeen ontwikkelingshulp komen, waarbij een gezonde balans wordt getrokken tussen overtrokken verwachtingen en ongefundeerd cynisme”. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking blijft 0,8% van BNP en moet bij voorkeur worden besteed aan organisaties die ter plekke vertrouwd zijn. “De nadruk dient vooral te liggen op het belang van economische ontwikkeling.” Ook moet er volgens de SGP meer aandacht zijn voor de landbouwsector.
Bij het vaststellen van handelscontracten en doen van handelsmissies is niet duurzaamheid leidend, maar moet rekening worden gehouden met de positie van christenen in het betreffende land. “Landen waar christenen verhinderd worden in rust en vrede hun geloof te belijden, kunnen geen financiële banden met Nederland aangaan, krijgen geen handelsmissies op bezoek en de diplomatieke banden worden ingetrokken.”
Partij voor de Dieren
Volgens de Partij voor de Dieren (PvdD) moeten mededogen en duurzaamheid de doorslag geven in internationale bondgenootschappen. PvdD wil ontwikkelingssamenwerking die gericht is op kennisontwikkeling, ontwikkeling van een zelfstandige regionale voedselvoorziening, gezondheidszorg en preventie van oorlogen. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking blijft wat PvdD betreft op peil.
De partij maakt zich hard voor mensenrechten: “Onafhankelijk van de eigen economische belangen en politieke samenwerkingsverbanden dienen sancties te worden opgelegd bij schendingen van mensenrechten door andere landen.”
PvdD wil eerlijke en verantwoorde handel. “Producten die zijn geproduceerd met kinderarbeid, schuldslavernij of die niet voldoen aan de eisen die in Nederland worden gesteld, zijn wat betreft de Partij voor de Dieren niet meer te vinden in de Nederlandse supermarkten.” Nederland moet zich volgens de partij sterk maken “voor het afschaffen van Europese subsidies voor de export van overschotten van landbouwproducten, zodat geen dumping meer plaats kan vinden op lokale markten in ontwikkelingslanden”.
Trots op Nederland
Trots op Nederland (TON) wil het budget voor ontwikkelingssamenwerking “drastisch inperken”, met tenminste tweederde van het huidige niveau. “Dat betekent niet dat wij niet geloven in het bieden van hulp en het bevorderen van de ontwikkeling van onontwikkelde landen. Wij denken alleen dat de overheid niet de geëigende partij is om met het belastinggeld van de burger de beste vorm van ontwikkelingssteun te kiezen, dat kunnen de belastingbetalers zelf veel beter. De staat mag Nederlandse bedrijfsinvesteringen in ontwikkelingslanden met een goed bestuur ondersteunen. Importbarrières en exportsubsidies door het Westen worden opgeheven en de ontwikkelingshulp en verstrekte leningen worden afgebouwd.”
Landbouwsubsidies moeten volgens TON worden afgeschaft, omdat ze “worden ingezet om een relatief kleine beroepsgroep te beschermen, een inefficiënte markt in stand houden, zorgen voor hogere prijzen dan in een vrije markt betaald zouden worden en onderontwikkelde en ontwikkelingslanden de kans ontnemen om hun producten in Europa aan de man te brengen”.
- In de volgende aflevering van de Groene Kamer: natuurbeheer.
- Naar het overzicht van de Groene Kamer
Deze aflevering heeft zich toegespitst op uitgangspunten en maatregelen die de nadelen van globalisering kunnen bestrijden, en pretendeert dan ook geen compleet overzicht te geven van de buitenlandpolitiek van de verschillende partijen. Hiervoor verwijzen wij naar de programma’s.
Deze serie beperkt zich tot de gevestigde politieke partijen.
De Groene Kamer wordt geschreven door Jelmer Mommers en Nicole Besselink en is tot stand gekomen in samenwerking met duurzaamnieuws.nl, waar de serie ook verschijnt.
Gerelateerde verhalen




