
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 neem ik samen met collega student journalistiek Nicole Besselink de partijprogramma’s door op de belangrijke duurzame onderwerpen. Vandaag: ruimte en wonen.
Van het geld naar de grond. Na een blik op de overheidsfinanciën kijken we in deze aflevering van de Groene Kamer hoe de partijen denken over ruimtelijke ordening en de woningmarkt. Gaan ze voor veel nieuwbouw of juist voor renovatie? Willen ze energieneutrale woningen stimuleren en zijn ze voor of tegen het kraakverbod? Een overzicht van de meningen per partij.
CDA
Het CDA pleit voor meer multifunctioneel ruimtegebruik waarbij verbindingen gelegd worden tussen natuur, landbouw, toerisme, wonen, werken en water zodat “aandacht wordt besteed aan het behoud van waardevolle landschappen”.
Het CDA wil verder, gezien de ontwikkelingen op het gebied van energie en duurzaamheid, “kwalitatieve verbeteringen van het woningbestand teneinde dit toekomstbestendig te maken”. Huizenbezitters moeten, indien nodig, aangemoedigd worden om te investeren in woningverbetering en duurzaamheid, bijvoorbeeld door fiscale, cascogerelateerde regelingen voor “kosten voor dak, vloeren, gevels, kozijnen, of ten behoeve van investeringen die de duurzaamheid bevorderen”.
Verder wil de partij eigen woningbezit stimuleren, omdat “het verwerven van een eigen huis leidt tot duurzaam eigen woningbezit en de daarmee samenhangende vermogensopbouw”. De hypotheekaftrek is een geschikt middel om woningbezit aan te moedigen, vindt het CDA. Verder moet nieuwbouw weer “op niveau worden gebracht” en moeten het aanbod van bouwkavels omhoog; “er moet gebouwd worden voor de vraag van morgen”.
Maar, stellen de christendemocraten, met name in krimpgebieden gaat de voorkeur niet naar uitbreiding, maar naar herontwikkeling van bestaande woon- en werklocaties met de nadruk op kwaliteit en duurzaamheid. Het CDA is voor een algeheel strafrechtelijk kraakverbod omdat zij kraken beschouwt als “een ernstige inbreuk op het eigendomsrecht van woningen en bedrijfsgebouwen”. Liever ziet zij leegstand bestreden worden door een leegstandsheffing.
PvdA
De PvdA wil dat de ‘verrommeling’ van Nederland stopt. “Niet ieder dorp hoeft een eigen industrieterrein.” Daarom wil de partij dat “de provincies een sterkere rol krijgen in het ruimtelijk beleid. Zij zullen op regionaal niveau onvermijdelijke keuzen moeten maken.” Daarnaast wil de partij dat investeringen van de rijksoverheid in infrastructuur altijd in samenhang plaatsvinden met ruimtelijke ordening en woningbouw. “De verschillende fondsen voegen we daarom samen in één fonds.”
De PvdA wil met woningcorporaties afspreken dat hun woningvoorraad versneld wordt geïsoleerd. Daarnaast wil de partij de eisen omtrent duurzame energievoorzie-ning voor nieuwbouwhuizen verhogen. Om duurzame energie te stimuleren, pleit de partij niet voor hogere subsidies. Deze kunnen beter vervangen worden door “wettelijke normen die energiebesparing afdwingen en het aandeel van duurzame energie opvoeren”.
SP
De SP wil dat de overheid duurzaam en energiezuinig bouwen stimuleert. “Bouwvergunningen voor bestaande gebouwen worden alleen afgegeven als het gebouw daarna minimaal voldoet aan energielabel D.” Bouw van nieuwe kantoorruimtes is nog lang niet nodig, stelt de partij. “We kunnen beter eerst de ruim 8 miljoen m2 aan leegstaande kantoorruimte vullen.” Bovendien “kunnen we met een opknapbeurt verouderde bedrijventerreinen weer aantrekkelijk maken voor ondernemers”. Verder stelt de partij dat “wie kraken verbiedt, leegstand niet mag accepteren. Daar waar woningnood is moeten gemeenten leegstand bestrijden.” Op de huurmarkt moeten woningcorporaties meer werk maken van warmte-isolatie.
Moeten er dan toch nieuwe woningen gebouwd worden, dan vooral “in en rond stedelijk kernen, waartussen voldoende groene, open ruimte blijft” zodat “de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) daadwerkelijk wordt gerealiseerd”. Verder houdt de SP de rijksoverheid verantwoordelijk voor “een duurzame ruimtelijke inrichting van ons land; alleen zo krijgen we een goede spreiding van wonen en natuur, economie en recreatie.”
VVD
“De VVD vindt dat mensen zelf mogen bepalen waar en hoe ze wonen” en er “meer ruimte moet komen om woningen te bouwen op plaatsen waar vraag is – ook in de Randstad”. Dus: minder regels en andere overheidsbemoeienis. Want, zo stelt de VVD, “een duurzame samenleving wordt niet bereikt door ondernemers en burgers voor te schrijven wat zij wel en niet mogen en moeten doen. De overheid moet heldere doelen stellen en ondernemers uitdagen met oplossingen te komen.” Juist innovatieve ondernemers kunnen volgens de partij met creatieve ruimtelijke oplossingen komen.
Om energieverspilling tegen te gaan, kan “zeker in bebouwde gebieden” veel bereikt worden met eenvoudige maatregelen. “De VVD wil ambitieuze doelstellingen ten aanzien van energieneutraal bouwen”, waarbij de overheid het goede voorbeeld geeft, aldus de partij.
“De VVD wil meer ruimte voor woningbouw in de Randstad. De Randstad moet zich kunnen ontwikkelen tot metropool, waarin wonen en werken centraal staat. Niet alle groene gebieden hoeven daarbij koste wat kost te worden behouden; alleen echt bijzondere gebieden moeten worden beschermd. “Buiten de Randstad is ruimte voor landelijk wonen, landbouw, natuur en duurzame energieopwekking.” Nederland moet geen “eenheidsworst” worden.
PVV
De PVV schrijft in haar programma niet direct over verduurzaming van de woningmarkt of ruimtelijke ordening. De partij wil particulier huizenbezit stimuleren met een corporatieheffing – een heffing over het vermogen van woningbouwcorporaties – zodat zij “worden gestimuleerd om een deel van hun woningenbestand te verkopen”. Verder wil de partij de ministeries van LNV, VROM en Economische Zaken samenvoegen of opheffen; hetzelfde geldt voor Wonen Wijken en Integratie en Jeugd en Gezin. De partij wil kraken verbieden.
GroenLinks
Wonen en werken binnen de bebouwde kom, dat wil GroenLinks, want alleen dan houden we ruimte over voor “natuur, water, recreatie en karakteristieke Nederlandse landschappen”. En: “Elk dorp zijn eigen industrieterrein, dat kan echt niet meer.” Een dergelijke ruimtelijke ordening “vereist strenge sturing door de rijksoverheid en de provincies”, bij voorkeur door een nieuw in te stellen ministerie van Duurzaamheid en Ruimte die de grenzen aanwijst waarbinnen gebouwd mag worden.
Andere maatregelen zijn een open ruimteheffing die projectontwikkelaars eenmalig betalen bij bebouwing van groene ruimte, een onroerendezaakbelasting (ozb) waarin ruimtegebruik zwaarder meetelt dan nu het geval is en de oprichting van een Fonds Duurzame Structuurversterking dat het geld voor infrastructuur en ruimtelijke investeringen beheert en investeert in integrale plannen voor verkeer en werken.
GroenLinks wil in de Randstad tot 2040 ten minste 500.000 nieuwe klimaatneutrale of energieopwekkende huizen bouwen, “grotendeels binnen de bestaande stads- en dorspgrenzen”. De partij pleit naast deze duurzame nieuwbouw voor efficiënter gebruik van de huidige woningen en gebouwen en bestrijding van leegstand. “Lege kantoorpanden, kerken en fabrieken kunnen we ombouwen tot moderne woningen. Energiezuinig, maar ook levensloopbestendig. ‘Bouwen in de wei’ is nu goedkoper dan nieuwbouw in de stad. Dat moet andersom.” Leegstand wil de partij bestrijden door de belastingaftrek op te heffen en een boete uit te delen – een ‘leegstandsheffing’ – wanneer een gebouw langer dan twee jaar leeg staat. Kraken wil de partij niet verbieden.
ChristenUnie
Verantwoordelijkheid staat centraal bij de ChristenUnie, ook voor natuur en milieu. “Wij moeten beheerders zijn, niet verteerders van Gods schepping.” De ChristenUnie wil de woningvoorraad daarom duurzamer en energiezuiniger maken, want: “goed voor de portemonnee en mogelijk ook voor het klimaat”. De partij wil dat bestaande woningen in 2020 dertig procent minder energie verbruiken en wil dat nieuwbouw vanaf 2015 energieneutraal gebeurt. “De toepassing van duurzame bouwmaterialen en duurzaam bouwen wordt minder vrijblijvend.”
Net als GroenLinks wil de ChristenUnie prioriteit geven aan binnenstedelijk bouwen en herstructurering van bedrijventerreinen; net als GroenLinks door maatregelen als een open ruimteheffing, leegstandsheffing en boete op leegstand. Nieuwbouwdoelstellingen moeten omhoog: “De huidige ambitie van 40% binnenstedelijk bouwen in de Randstad wordt verhoogd naar 60% om het landschap te sparen.” Maar, intensief ruimtegebruik mag niet ten koste gaan van schaars groen, vindt de partij. Daarom wil zij ten minste 75m2 groen per (nieuwe) woning in bestaand bebouwd gebied en vor-men van duurzaam dubbel grondgebruik als groene daken, dakterrassen en binnen-hoven op parkeergebouwen opnemen in een kwaliteitslabel ‘binnenstedelijk wonen’.
De ChristenUnie vindt dat “ruimtelijke beslissingen genomen horen te worden op het bestuurlijk niveau dat het meeste aansluit bij het niveau waarop ruimtelijk functies zich het sterkst ontwikkelen”. De provincie kan daarbij optreden als regisseur zodat gemeenten in een regio elkaar ruimtelijk niet beconcurreren, maar versterken. De landelijke overheid moet haar (financiële) steun beperken tot “projecten met een nationale uitstraling”.
D66
D66 wil “een samenhangende ruimtelijke aanpak voor wonen, werken, recreëren, bewegen, produceren en consumeren met goede afstemming tussen het lokale, regio-nale en (inter)nationale niveau”.
De partij is concreet over de vergroening van woningen en steden. Bij nieuwbouw moet gestreefd worden naar een betere verhouding tussen gebouwen en groen en mag er niet worden bezuinigd op de groenvoorzieningen. Verder is D66 voorstander van stadslandbouw om “stedelingen zo in contact te laten komen met waar ons voedsel vandaan komt”.
Verder wil D66 leegstand bestrijden door particuliere woningeigenaren te laten “investeren in het omzetten van ongebruikte ruimtes (bijvoorbeeld boven winkelpan-den) in woningen”. Ook is de partij tegen het kraakverbod en wil ze dat de ruimte op bestaande bedrijventerreinen beter benut moeten worden. Nieuwe terreinen moeten alleen bij hoge uitzondering worden aangelegd waarbij gemeenten regionaal meer gaan samenwerken – helemaal bij het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen.
Tot slot wil D66 het splitsen en samenvoegen van woningen gemakkelijker maken en moeten bestaande woningen eenvoudiger gerenoveerd kunnen worden. Want: “dit leidt tot beter passende woonruimte, maar ook omdat dit een bijdrage levert aan de verhoging van de kwaliteit en duurzaamheid van bestaande woningvoorraad.”
SGP
“De ordening van onze schaarse ruimte is een lastige opgave. Woningbouw, bedrijvigheid, natuur, landbouw, wegen, alles heeft een plekje nodig en liefst niet teveel door elkaar.”
De SGP is voorstander van het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. De landelijke overheid moet niet de taak van regisseur op zich nemen, maar de gemeenten waar mogelijk eigen beleid laten voeren; binnen duidelijk gestelde randvoorwaarden, dat wel.
Concreet wil de SGP dat de herbestemming van monumenten wordt gestimuleerd, al dient in het geval van kerken “voldoende recht te worden gedaan aan de bijzondere functie en waarde van het gebouw”. Verder moet de minister gebruik maken van de mogelijkheid om beschermde stads- en dorpsgezichten aan te wijzen en “moet er structureel beleid komen voor leegstaande stallen en schuren” om verpaupering te voorkomen. Ook ziet de partij liever verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd dan nieuw gebouwd.
Daarnaast moeten bouwregelgeving en ruimtelijke procedures vereenvoudigd worden; onteigeningsprocedures juist niet. En tot slot: “ruimtelijke en economische ontwikkeling buiten de Randstad, bijvoorbeeld in Noord-Nederland, moet meer aandacht krijgen.”
Partij voor de Dieren (PvdD)
De vrijkomende landbouwgrond, als gevolg van “veranderende perspectieven in de landbouw”, “moet op zorgvuldige wijze beheerd en bestemd worden met oog voor de belangen van mens, dier, natuur en milieu.” Daarom wil de PvdD een stimulerings-regeling in het leven roepen om leegstaande gebouwen ook voor andere doeleinden te kunnen benutten. Naast agrarische gebouwen kunnen ook leegstaande kantoorpanden tot woonruimte worden omgebouwd. Naast meer woonruimte te creëren, denkt de partij op deze manier dorpsgemeenschappen te kunnen vitaliseren en aanwas van natuurgebieden te kunnen stimuleren.
Verder wil de PvdD dat er een regeling komt voor mensen “die bereid zijn in te schikken op eigen erf”. Op kavels groter dan 600m2 kan best een extra huis worden gebouwd, vindt de partij.
De PvdD wil dat de overheid de mogelijkheid krijgt om vrijgekomen gronden als eerste aan te kopen tegen een onafhankelijk vastgestelde marktwaarde. Dit om speculatie te voorkomen. Vrijgekomen agrarische gebouwen kunnen benut worden voor woningbouw van gelijke omvang; bij grote agrarische complexen kunnen appartementencomplexen op het platteland worden gevormd, aldus de PvdD. Agrarische percelen van tenminste vijf hectare kunnen omgevormd worden tot biologische landbouwtoepassingen; kleinschalige biologische boerenbedrijven worden zo sterk gestimuleerd.
Trots op Nederland (TON)
De woonparagraaf van TON is kort en bevat geen plannen om de woningmarkt of ruimtelijke ordening te verduurzamen. Het stimuleren van de bouw van generatie-woningen, waarin opa en oma bij hun kind inwonen, kan worden opgevat als een toespeling op duurzaamheid. TON stelt overigens voor om “de strikte planologische scheiding tussen bedrijfsterreinen en woonvoorzieningen op te heffen”, want “kleine bedrijven mogen best tussen woningen gevestigd zijn”.
- In de volgende aflevering van de Groene Kamer: globalisering.
- Naar het overzicht van de Groene Kamer
De Groene Kamer wordt geschreven door Jelmer Mommers en Nicole Besselink en is tot stand gekomen in samenwerking met duurzaamnieuws.nl, waar de serie ook verschijnt.
Gerelateerde verhalen




