Achterhoedegevecht

in De Groene Amsterdammer

Minister Kamp van Economische Zaken vindt dat Nederland de winning van schaliegas serieus moet overwegen als het ‘economisch significant is’ en ‘op een verantwoorde manier kan’. Dat zei hij maandag bij de presentatie van een langverwacht onderzoek naar de gevolgen van schaliegaswinning.

COMMENTAAR, De Groene Amsterdammer, augustus 2013
DOOR BELIA HEILBRON & JELMER MOMMERS

De conclusies lagen al even op straat en kwamen dus niet als verrassing: schaliegaswinning in Nederland kan veilig. De risico’s voor het milieu zijn ‘klein en beheersbaar’, de minister benadert het onderwerp daarom ‘positief’.

Daarmee staat de deur open voor proefboringen naar het gas, dat gewonnen wordt door gesteente op een diepte van twee of meer kilometer te ‘kraken’ met water, zand en chemicaliën. Twee jaar geleden zouden die proefboringen al beginnen, maar een golf van lokaal protest gooide toen roet in het eten. Mocht Nederland inderdaad grote reserves hebben – momenteel zijn er alleen grove schattingen – dan kan winning de staat veel geld opleveren. Dat is een goed argument om proefboringen toe te staan.

Andere steekhoudende argumenten voor schaliegas zijn echter ver te zoeken. Het is om te beginnen maar zeer de vraag of schaliegaswinning wel rendabel is als alle milieurisico’s moeten worden afgedekt. Voorstanders wijzen vaak op de economische voordelen voor het bedrijfsleven, maar die zijn zeer discutabel. Omdat Europa een gevestigde gasmarkt kent en omdat het conventionele Nederlandse gas pas over vijftig jaar op is, zal de gasprijs niet significant dalen door schaliegas. Om die reden zal het ‘schaliesucces’ uit Amerika, waar de industrie profiteerde van lage prijzen, hier niet zomaar gelden. Ook de claim van de minister dat schaliegaswinning zou kunnen bijdragen aan het verminderen van CO2-uitstoot is wishful thinking. Omdat schaliegaswinning slechts een marginale invloed zal hebben op de gasprijs, is de invloed op de ‘energiemix’ en de CO2-uitstoot van de energiehuishouding ook marginaal. Ondertussen wordt bij de winning van schaliegas juist meer CO2 uitgestoten dan bij de winning van conventioneel gas.

Hoe dan ook betekent investeren in schaliegas simpelweg investeren in fossiel. Er moeten pijpleidingen worden aangelegd en tientallen boortorens worden gebouwd. We kunnen daar nog eeuwen mee doorgaan – de fossiele brandstoffen raken voorlopig niet op – maar dat was nu juist niet de bedoeling. Het grootste probleem van schaliegas is dat het niet bijdraagt aan de energietransitie die partijen van links tot rechts zeggen te willen. Dat gegeven werpt een ander licht op de ‘kleine’ en ‘beheersbare’ risico’s van schaliegaswinning. Door lekkage van een boorput of een scheur in het aardoppervlak kan grondwater vervuild raken met methaan of vervuild kraakwater. De kans daarop is klein, maar is het risico acceptabel als ‘nut en noodzaak’ van boren zo twijfelachtig zijn? Een grote meerderheid van burgers in de buurt van mogelijke boorlocaties beantwoordt die vraag met ‘nee’.

Voorlopig is de hete aardappel (weer) vooruit geschoven. Minister Kamp laat nu aanvullend onderzoek doen op de mogelijke boorlocaties. Hij neemt daarna een besluit en legt dat voor aan de Kamer. Als de coalitiepartijen akkoord gaan met proefboringen – de PvdA twijfelt nog – zal de staat het aan de stok krijgen met gemeentes, ngo’s en burgers die zich op lokaal niveau organiseren omdat ze geen boortorens in hun achtertuin willen. De discussie over de wenselijkheid van schaliegas zal ondertussen voortduren. Het feit dat die discussie het afgelopen jaar al tientallen keren is gevoerd, en dat voorstanders van schaliegas keer op keer als verliezer uit de bus kwamen, lijkt er niet toe te doen.


Lees hier het onderzoek dat De Groene Amsterdammer in juni publiceerde over schaliegas. ‘In Amerika is de hype al over zijn hoogtepunt.’

Beeld: Milo